Heermoes

Namen

Wetenschappelijk: Equisetum arvense

Nederlands: Heermoes

Frysk: Rûgebal

English: Field horsetail (Western horsetail)

Français: Prêle des champs

Deutsch: Ackerschachtelhalm

Familie: Paardenstaartenfamilie, Equisetaceae

Geslacht: Equisetum, Paardenstaart

Naamgeving: Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Arvense betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: April en mei.

Afmeting: 10-80 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 - CC0


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Wortels: De vlak onder de grond groeiende wortelstok is roodbruin tot zwart en is bedekt met vele lange iets rode tot lichtbruine wollige haren. Worteldiepte tot meer dan 1 meter (soms tot enkele meters).


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De dofgroene, onvruchtbare stengels hebben enkele tot vrij veel lage ribben en in het midden meestal meer dan zes zijtakken per takkrans. Het middenkanaal is nauw. De zijtakken beginnen in een langwerpig tak-omhulsel. Ze zijn bovenaan licht gekleurd, daaruit steekt een zijstengellid dat langer is dan de ernaast staande bladkrans van de hoofdstengel. De zijtakken hebben drie of vaak vier scherpe hoge niet erg ruwe ribben, die van elkaar gescheiden zijn door diepe groeven.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 - CC0


Enrico Blasutto - CC BY-SA 3.0


UuMUfQ - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De groene bladkransen van de zijtakken hebben afstaande tanden.


Alex Lomas - CC BY 2.0


Alex Lomas - CC BY 2.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0


Xavierserratm - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Sporen. Vruchtbare stengels worden tot 0,5 cm dik. Ze verschijnen voor de onvruchtbare stengels en sterven af als de sporen rijp zijn. Sporenaarstengels worden tot 30 cm lang. Ze zijn lichtbruin tot bleekroze, hebben geen bladgroen en zijn niet vertakt. De scheden hebben minder dan tien tanden. De sporenaar zelf is 1½-3½ cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, vrij voedselarme tot zeer voedselrijke, omgewerkte of verstoorde en vaak kalkhoudende grond (zand, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Plantsoenen, pioniervegetaties, grasland (grasvelden en vrij schraal weiland), ruigten (voedselrijke ruigten), bermen (omgewoelde plekken), dijken, waterkanten (langs sloten en kanalen), langs spoorwegen, tussen straatstenen, akkers (hakvruchtakkers), tuinen, moestuinen, bossen (lichte loofbossen), bosranden en op plekken met kwel van brak water.

Verspreiding

Wereld: Alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of koud klimaat, noordelijk tot rondom de Noordelijke IJszee.

Heermoes - Equisetum arvense

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Heermoes - Equisetum arvense

Wallonië: Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Toepassingen

Het heeft talrijke volksnamen zoals roobol (ruw onkruid) en unjer (duivel). De groene stengels bevaten veel minerale stoffen, o.a. silicium. Dit wordt gebruikt voor herstel, versterking en versoepeling van kraakbeen, pezen, gewrichten en nagels. In de homeopathie is het een belangrijk middel tegen faalangst. Heermoes werd vroeger gebruikt om metalen pannen te schuren en te poetsen. In de biologische landbouw wordt het gebruikt als middel tegen meeldauw. De plant is tolerant voor stoffen die voor andere planten giftig zijn, zoals zware metalen, die worden opgeslagen in de weefsels.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883

© 2001-2017 K.M. Dijkstra