Wilde planten in Nederland en België

Heggenwikke - Vicia sepium

Frysk: Bûnt mûtske

English: Bush vetch

Français: Vesce des haies

Deutsch: Zaun-Wicke

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Vicia komt van het Latijnse woord vincere of vincio (binden of winden), dus een sterk rankende groeiwijze, maar misschien ook van het Griekse bikion of bicion (vaatje), dus een peulvrucht. Sepium betekent van een heg.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus.

Afmeting: 30-100 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kruipende wortelstok met dunne uitlopers.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De kantige, geribde, klimmende en lichtgroene stengels zijn hol en maar weinig behaard.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 -
CC0


Alpsdake -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande, geveerde, heldergroene bladen bestaan uit drie tot negen paar eirond-langwerpige deelblaadjes met de grootste breedte onder het midden. Ze worden tot 3 cm lang en hebben een vertakte rank aan de top (de middennerf eindigt in een rank). De steunblaadjes hebben aan de onderkant een rondachtige bruine vlek.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Een vrijwel niet gesteelde bloeiwijze (armbloemige trossen) met twee tot zes bloemen in de bladoksels. De bloemen zijn 1,2-2 cm groot. Eerst zijn ze lichtpaars, maar later worden ze fletsblauw. De vlag is paars gestreept of zelden geelwit. De behaarde kelktanden zijn zeer ongelijk, de bovenste is veel korter dan de kelkbuis. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De kale, glanzend zwarte peulen zijn 1,8-3½ cm lang en bevatten drie tot zes zaden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, neutrale tot vaak iets kalkhoudende grond (mergel, löss, klei, leem, zavel, lemig zand en soms venig zand of venige klei).

Groeiplaatsen: Heggen, bosranden, struwelen (voedselrijke zomen), houtwallen, hakhoutbosjes, bossen (kalkhellingbossen, lichte loofbossen en langs bospaden), ruigten, dijken (met name aan de voet van dijken), waterkanten (slootkanten), grasland (in uiterwaarden in weinig of niet bemest hooiland) en licht beschaduwde bermen.

Verspreiding

Wereld: Bijna heel Europa, maar weinig in het Middellandse-Zeegebied. Ook in gebieden met een gematigd klimaat in Azië.

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, Noord-Brabant, het rivierengebied en aangrenzende laagveengebieden in Zuid-Holland en Utrecht. Elders vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam op de Waddeneilanden, in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Wilde boonen
Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


Deutschlands flora, deel 8, J. Sturm, J.W. Sturm (1810-1812)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL