Wilde planten in Nederland en België

Heidekartelblad - Pedicularis sylvatica

Frysk: Heiderinkelbel

English: Lousewort

Français: Pédiculaire des bois

Deutsch: Wald-Läusekraut

Synoniemen:

Familie: Orobanchaceae (Bremraapfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Pedicularis komt van het Latijnse pediculus (luis), omdat men dacht dat de gedroogde planten in het hooi, aan het vee luizen zouden geven. Sylvatica betekent in het bos groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig, zelden overblijvend

Plantvorm: Halfparasiet.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 8-25 cm.


Michel Pansiot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Sylvain Piry -
CC BY-SA 2.0 FR


Julien Barataud -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jmp48 -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel. Worteldiepte tot 10 cm.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Donkergroene, vaak paars aangelopen stengels. De middelste stengel staat rechtop en vertakt zich niet. De stengels aan de zijkanten liggen of richten zich soms aan de top op. Ze kunnen vertakt zijn en zijn tweerijig behaard.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Rigel7 -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De kale of zwak behaarde bladeren zijn langwerpig en twee keer geveerd.


Paul Fabre -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hajotthu -
CC BY 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdré -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De kelk is urnvormig met vijf slippen, waarvan alleen de bovenste een gave rand heeft. De bloemen zijn roze of een enkele keer wit. Ze zijn 1½-2½ cm. De bovenlipis stomp, zwak gebogen en heeft aan beide kanten één tand bij de top. De onderlip is korter dan de bovenlip.


Julien Barataud -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Jan Katsman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hajotthu -
CC BY 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De zaadwand heeft een oliehoudende verdikking, die mieren aanlokt. Deze mieren zorgen voor de verspreiding van de zaden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdré -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Sylvain Piry -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme, matig tot zwak zure, licht humeuze tot venige grond (veen, zand en leem).

Groeiplaatsen: Moerassen (venen, brongebieden of veentjes met opstijgend iets kalkhoudend water), zeeduinen, heide (grazige en natte heide), grasland (heischraal grasland, hooiland en blauwgrasland), terreinglooiingen op de overgang van heide naar grasland of moeras en schrale bermen.

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Europa en Newfoundland.

Nederland: Zeldzaam in het oosten en het midden van het land, op de Waddeneilanden en in de duinen van noordelijk Noord-Holland.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest  in de Kempen. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam. Het meest in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen (1796-1813)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 5, T.F.L. Nees von Esenbeck (1845)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL