Wilde planten in Nederland en België

Heidespurrie - Spergula morisonii

Frysk: Heidesparje

English: Pearlwort spurrey

Français: Spargoute printanière

Deutsch: Frühlings-Spark

Synoniemen:

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spergula komt van het Latijnse spargere (uitstrooien), de planten strooien gemakkelijk hun zaden uit. Morisonii is vernoemd naar de Schotse botanicus Robert Morison (1620-1683).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: April, mei en juni.

Afmeting: 5-30 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


Fornax - Public Domain


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0

Stengels: De stengels liggen op de grond, maar de zijstengels staan stijf rechtop. Soms zijn ze dun behaard.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Jean-Pierre Le Roy -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De blauwgroene blaadjes groeien schijnbaar in kransen. Aan de onderkant zie je geen lengtegroef. Ze zijn smal lijnvormig en worden 1-2 cm lang.


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Mathieu Menand -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen zijn 6-8 mm. Ze bevatten meestal tien meeldraden, maar soms zijn er minder. De kroonbladen zijn breed eivormig, stomp, bedekken elkaar aan de randen en zijn even lang als de kelkbladen.

© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl

© Bertus van der Velde - verspreidingsatlas.nl

© Laurens Sparrius - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden zijn plat en rond, met wratjes en een brede vliezige rand. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge, zeer voedselarme, zure, kalkloze zandgrond.

Groeiplaatsen: Zandverstuivingen, steile randjes en open plekken in heide, bermen, langs spoorwegen (steile kantjes in spoorbermen), zeeduinen, grasland (open plekken in droog, onbemest en zuur grasland), oude begraafplaatsen en rivierduintjes.

Verspreiding

Wereld: Westelijk Midden-Europa, met uitlopers tot in Portugal en het Oostzeegebied. Ze mijdt over het algemeen de kust.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen op de zandgronden in het oosten en midden, zeldzaam tot zeer zeldzaam in de duinen.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in de Kempen. Afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL