Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Heksenmelk (Roedewolfsmelk) - Euphorbia esula

Frysk: Duvelsjacht

English: Leafy spurge

FranÁais: Euphorbe ťsule

Deutsch: Esels-Wolfsmilch

Synoniemen: Euphorbia waldsteinii, Euphorbia x pseudovirgata

Familie: Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam wolfsmelk heeft te maken met het giftige melksap dat vrijkomt als de stengels doorbreekt. Het sap heeft een bijtend en branderig (met name voor huid en ogen) effect en de wolf (in de betekenis van de duivel) werd gezien als de veroorzaker.
Er zijn twee verklaringen van de wetenschappelijke naam Euphorbia.
1. Euphorbia is genoemd naar Euphorbios, de Griekse lijfarts van koning Juba de Tweede van MauretaniŽ. Hij gebruikte planten van het geslacht Euphorbia als geneeskruid.
2. Euphorbia komt van eu (goed) en pherboo (voeden), omdat het melksap werd gebruikt ter genezing van teringlijders.
Esula betekent bijtend (melksap).

Ondersoorten: Heksenmelk (Euphorbia esula subsp. esula) en Roedewolfsmelk (Euphorbia esula subsp. tommasiniana). De ondersoorten zijn moeilijk te onderscheiden. De in West-Europa ingeburgerde exemplaren zouden ook kunnen behoren tot een bastaard van beide ondersoorten. Beide ondersoorten kunnen namelijk weer met elkaar kruisen en met de ouders terugkruisen, waardoor er bastaardzwermen ontstaan.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli, soms ook nog in augustus en september.

Afmeting: 30-90 cm.
Roedewolfsmelk is gewoonlijk wat forser.


Waldemarpaetz -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


H. Zell -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel of wortelstok met uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


intermountainbiota.org -
CC0-1.0

Stengels: De rechtopstaande, gladde stengels zijn meestal niet vertakt aan de voet. Vaak vormt de plant grote groepen.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Joan Simon -
CC BY-SA 2.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De langwerpige stengelbladen zijn 4-7 mm breed met de grootste breedte in of boven het midden. Naar de voet zijn ze geleidelijk versmald. Ze zijn gesteeld, 2-5 cm lang, blauwachtig groen, zwak glanzend, vrij dun en buigzaam. De bladtop is stomp, spits of soms stekelpuntig. De bladrand is gaaf. De schutbladen in de bloeiwijze zijn groengeel en worden na de bloei groen.
De bladen van Roedewolfsmelk zijn lijnvormig tot lancetvormig en (vrij) spits.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Het bloemscherm bestaat uit vijf tot zeventien stralen. De bloeiwijze heeft daarnaast twee tot twintig okselstandige stralen. De schijnbloemen zijn van binnen meestal behaard. De honingklieren op de rand van de schijnbloemen zijn meestal halvemaanvormig met hoornvormige uiteinden, maar soms zijn ze ook niet gehoornd of zelfs iets afgerond. Er zijn vier meeldraden en drie stijlen en het vruchtbeginsel is bovenstandig. De schutbladen blijven groen na de bloei en worden niet roodachtig.
Roedewolfsmelk heeft een scherm met meestal vijf tot negen stralen. De bloeiwijze heeft meestal twee tot twaalf okselstandige stralen. De schijnbloemen zijn kaal.


Antti Bilund -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Cor Nonhof -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreieingsatlas.nl

Vruchten: Een kluisvrucht. De zaden zijn geelbruin of soms wit. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.
Roedewolfsmelk heeft grijze zaden.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


AnRo0002 -
CC0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op droge tot meestal vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (zand, leem, zavel, klei en stenige plaatsen). Voornamelijk in riviervalleien.

Groeiplaatsen: Grasland (weiland), bermen, rivierdijken, ruigten (kalkrijke ruigten), struwelen, bosjes, zeeduinen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), industrieterreinen, onbelopen plaatsen tussen straatstenen en aanspoelselgordels in hoge delen van uiterwaarden.

Verspreiding

Wereld: Euphorbia esula: Europa en AziŽ en ingeburgerd in Noord-Amerika.
Heksenmelk: Voornamelijk in Midden-Europa, maar ook in West en Noord-Europa.
Roedewolfsmelk: Oorspronkelijk uit Oost-Europa en AziŽ.

Euphorbia esula

Heksenmelk

Roedewolfsmelk

Nederland: Heksenmelk: Vrij algemeen in het rivierengebied en plaatselijk in Zeeland, in laagveengebieden, in de duinen, in zeekleigebieden en in stedelijke gebieden en zeldzaam in de zandgebieden van Noordoost- en Midden-Nederland.
Roedewolfsmelk: Ingeburgerd in het duingebied en langs de grote rivieren.

Euphorbia esula

Heksenmelk

Roedewolfsmelk

Vlaanderen: Heksenmelk: Vrij algemeen.
Roedewolfsmelk: Zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Heksenmelk: Vrij algemeen langs de Maas. Elders zeldzaam.
Roedewolfsmelk: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Heksenmelk

Roedewolfsmelk

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Cleyn Ezula
Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Naturalis Biodiversity Center, Leiden


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natŁrlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL