Hennegras - Calamagrostis canescens

Frysk: Pûsterreid

English: Purple small-reed

Français: Calamagrostide blanchâtre

Deutsch: Sumpf Reitgras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Calamagrostis komt van het Latijnse calamus (riet) en agrostis, omdat de planten in staan tussen de geslachten Phragmites (riet) en Agrostis. Canescens betekent grijs wordend of grijsachtig.

Kruising: Hennegras kan een bastaard vormen met Stijf struisriet (Calamagrostis x gracilescens).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Gras.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 60-150 cm.


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


Christian Fischer - cc by-sa 3.0


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


bisque.iplantcollaborative.org - cc by-nc 3.0

Stengels: Op de stengels zie je meestal vier tot zes knopen. Vaak zijn de stengels vertakt.


Jos Hoekerswever - cc by-nc-nd 4.0


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr


Degtyarev Nikolai Ivanovich - cc by-nc 4.0

Bladeren: De bladen zijn van boven behaard, iets ruw en meestal vlak. Ze hangen vaak over, zijn glanzend lichtgroen, naar de voet zijn ze versmald en minstens 3 mm breed. Het tongetje is 2-5 mm lang.


Stephen Leroy - cc by-sa 2.0 fr


Julia V. Shner - cc by-nc 4.0


Jos Hoekerswever - cc by-nc-nd 4.0


Ennio Cassanego - cc by-nc-nd 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is vrij los, heeft overhangende takken en is bruin tot paars. De kelkkafjes zijn meer dan 4 mm lang, smal langwerpig en zeer spits. Aan het onderste kroonkafje (lemma) zie je aan de top een kleine, rechte kafnaald, die nauwelijks boven de tandjes op die top uitsteekt, drie- of meestal vijfnervig.


Erik van Dijk - cc by-nc-nd 4.0


@ Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Willemien Troelstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Hugues Tinguy - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Alexey P. Seregin - cc by-nc 4.0


Erik-Jan Beenackers - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, meestal zwak zure, venige of sterk humeuze grond (laagveen, zand, leem en rivierklei).

Groeiplaatsen: Grasland (schraal grasland), kapvlakten, bossen (moerasbossen), moerassen (laagveenmoerassen en moerasvegetaties in oude tichelgaten), waterkanten (o.a. langs greppels), langs spoorwegen (langs spoorsloten, ruigten en zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Oost-, West-, Noord- en Midden-Europa tot in Midden-Siberië.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl