Wilde planten in Nederland en België

Herfsttijloos - Colchicum autumnale

Frysk: Libbene deade

English: Meadow saffron

Français: Colchique d'automne

Deutsch: Herbstzeitlose

Synoniemen: Wilde herfsttijloos

Familie: Colchicaceae (Herfsttijloosfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Colchicum komt van Colchis, een landstreek ten Oosten van de Zwarte Zee. Autumnale betekent herfst.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Augustus, september, oktober en november.

Afmeting: 8-40 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een knol, ongeveer zo groot als een walnoot, die door een bruine rok is omgeven is.


Lucyin -
CC BY-SA 4.0


Lucyin -
CC BY-SA 4.0


Lucyin -
CC BY-SA 4.0


Lucyin -
CC BY-SA 4.0

Stengels: Een onbehaarde en giftige plant. Een korte, rechtopstaande vrucht- en bloeistengel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


TeunSpaans -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De wortelstandige, rechtopstaande bladeren staan met drie of vier bij elkaar in bundels. Ze zijn breed langwerpig, vlak, stomp, glanzend donkergroen en 12-20 cm lang en 2-5 cm breed. Ze zijn niet in de lengte geplooid (die van Droogbloeier wel). De bladeren sterven af aan het eind van de lente of het begin van de zomer. Tijdens de bloei zijn ze dus afwezig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De wortelstandige bloemen zijn roze, 4-6 cm (de bloemen van Droogbloeier zijn groter), bekervormig en krokusachtig met zes gele meeldraden en drie witte stijlen. Het bloemdek is zesdelig. Aan de binnenkant zijn de bloemdekbladen licht lilarose met heen en weer gebogen nerven. Ze hebben een witachtige, buisvormige bloeischede. De bloemen staan met één tot soms zes bij elkaar. De zes meeldraden zijn op de keel van het bloemdek ingeplant en korter dan de slippen er van. De binnenste drie meeldraden zijn hoger ingeplant dan de buitenste drie en zijn ongeveer 2/3 keer zo lang als de bloemdekslippen. De helmknopjes zijn bewegelijk aan de rug bevestigd en korter dan de helmdraden, die aan de voet nectarkliertjes hebben. Er zijn drie stijlen. Deze zijn vrij, draadvormig en ten slotte even lang als het bloemdek met sterk haakvormig omgebogen, paarse stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Wildfeuer -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De grote, opgezwollen en groene doosvruchten zijn langwerpig-eivormig, ongeveer 3 cm lang en staan op een korte steel tussen de bladeren. De drie vruchtbladen gaan bij rijpheid van de vrucht van boven uit elkaar en springen naar binnen open. De vele zaden zijn bijna bolrond en rimpelig. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Giftigheid: Zeer giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze, vaak licht bemeste en meestal kalkhoudende grond (leem, zavel, klei en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, struwelen, zeeduinen (duinbossen en struwelen), grasland (kalkhellingen, vloeiweiden, hooiland, beekdalgrasland en uiterwaarden), rivierdijken en bronhellingen.

Verspreiding

Wereld: Europa, maar niet in het noorden. Ook in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeldzaam.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest in de Maasvallei.

Wetenswaardigheden

Onder de zoogdieren is alleen de goudhamster resistent tegen het gif van deze plant. Vooral de pas verschenen bebladerde stengels en de zaden zijn zeer giftig. De werking van de gifstof, colchicine, bestaat in een verstoring van het celdelingsproces. Medicinaal is de stof in gebruik om celgroei bij kwaadaardige gezwellen tegen te gaan.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL