Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Herfsttijloos - Colchicum autumnale

Andere namen

Frysk: Libbene deade

English: Meadow saffron

Français: Colchique d'automne

Deutsch: Herbstzeitlose

Verouderde of andere namen: Wilde herfsttijloos

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Liliales

Familie: Colchicaceae (Herfsttijloosfamilie)

Geslacht: Colchicum (Herfsttijloos)

Soort: Colchicum autumnale

Naamgeving (Etymologie): Colchicum komt van Colchis, een landstreek ten Oosten van de Zwarte Zee. Autumnale betekent herfst. Byzantinum betekent uit Byzantië in Azië.

Een tweede soort: Aan de binnenduinrand en bij buitenplaatsen komt in Nederland Droogbloeier (Colchicum byzantinum) voor. Deze veel in tuinen gekweekte soort is nauw verwant en komt uit Turkije. De plant vormt hier geen zaden en kan zich enkel uitbreiden via deling van de wortelknollen.

Droogbloeier staat in het gebied van herkomst op rotshellingen, aan beekoevers, op kalkrotsen en in eiken- en dennenbossen en wordt in Nederland als droogbloeier en sierplant gekweekt en aangeplant in buitenplaatsen en aan de binnenduinrand en is van daaruit verwilderd. Ze is al aan het begin van de 17e eeuw in Nederland ingevoerd en alle planten kunnen als één kloon beschouwd worden. Oorspronkelijk stamt de plant uit Zuid-Turkije, Syrië en Libanon. Droogbloeier is zeer zeldzaam in Nederland maar is niet bekend van oostelijk Noord-Brabant en Limburg. Ze wordt nog al eens verward met Herfsttijloos maar is daar van te onderscheiden door de aanwezigheid van 5-20 bloemen per knol, het bredere in de lengte geplooide blad, de helderpaarsrood gekleurde stempel en het wel tot vruchtzetting maar niet tot zaadzetting komen van de plant. Herfsttijloos draagt één, hooguit 2 à 3 bloemen per knol, heeft smallere, niet geplooid bladeren, paarse stempels en komt wel tot zaadzetting.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

 

 


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Colchicum byzantinum
Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september, oktober en november.

Afmeting: 8-40 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een knol.


Lucyin - CC BY-SA 4.0


Lucyin - CC BY-SA 4.0


Lucyin - CC BY-SA 4.0


Lucyin - CC BY-SA 4.0

Stengels: Een korte, rechtopstaande vruchtstengel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


TeunSpaans - CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De wortelstandige bladeren staan met drie of vier bij elkaar in bundels. Ze zijn breed langwerpig, vlak, glanzend donkergroen en 12-20 cm lang en 2-5 cm breed. De bladeren zijn tijdens de bloei afwezig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn roze, 4-6 cm (de bloemen van Droogbloeier zijn groter), bekervormig en krokusachtig met zes gele meeldraden en drie witte stijlen. Ze staan met één tot zes bij elkaar. Ze hebben een witachtige, buisvormige bloeischede. De stijl heeft een haakvormig gekromde, paarse stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Wildfeuer - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De grote vruchten zijn eivormig, groen en staan op een korte steel tussen de bladeren. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze, vaak licht bemeste en meestal kalkhoudende grond (leem, zavel, klei en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, struwelen, zeeduinen (duinbossen en struwelen), grasland (kalkhellingen, vloeiweiden, hooiland, beekdalgrasland en uiterwaarden), rivierdijken en bronhellingen.

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa en in een deel van West- en Zuid-Europa. Van Noord-Portugal, Zuidoost-Ierland, Nederland en Midden-Engeland en oostelijk tot de Balkan.


gbif.org
Herfsttijloos


gbif.org

Droogbloeier (het kaartje is onvolledig)

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in Midden- en Noord-Limburg, Noord-Brabant, het rivierengebied en in het oosten van het land.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.
Beschermd.

Herfsttijloos

verspreidingsatlas.nl

Droogbloeier (Colchicum byzantinum)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in de Maasvallei en in de duinen en zeer zeldzaam in de Kempen en de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Wetenswaardigheden
Onder de zoogdieren is alleen de goudhamster resistent tegen het gif van deze plant. Vooral de pas verschenen bebladerde stengels en de zaden zijn zeer giftig. De werking van de gifstof, colchicine, bestaat in een verstoring van het celdelingsproces. Medicinaal is de stof in gebruik om celgroei bij kwaadaardige gezwellen tegen te gaan.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra