Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Hoge fijnstraal - Conyza sumatrensis

Frysk: Heech tongersied

English: Guernsey Fleabane

FranÁais: Vergerette de Sumatra

Deutsch: WeiŖliches Berufkraut

Synoniemen: Erigeron sumatrensis, Erigeron naudinii

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Fijnstraal slaat op de fijne straalbloemen. Conyza betekent bedekt met as, waarschijnlijk door het grijze zaadpluis dat aan as doet denken. Sumatrensis verwijst naar Sumatra.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september, oktober, november en december.

Afmeting: 40-150 cm, maar soms tot 220 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Wortels: Vaak diep wortelend.


Harry Rose -
CC BY 2.0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn behaard.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De stengelbladen zijn smal-langwerpig en begroeid met korte, meestal kromme haren. De gekromde wimperharen zijn korter (0,5 mm).


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Polygaam. De smalle, 5-11 mm brede bloemhoofdjes vormen een brede of ruitvormige pluim met korte zijtakken. De omwindselbladen zijn eenkleurig groen. De buisbloemen zijn meestal vijflobbig en de lintbloemen zijn 0,2 tot 0,5 mm lang.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtpluis is gelig wit of cremekleurig. Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetaties) op droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond.

Groeiplaatsen: Braakliggende grond, tussen straatstenen, industrieterreinen, oude muren, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), voetpaden, stenige plaatsen, zeeduinen en bij voederkuilen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika. Ingeburgerd in in Europa, AziŽ en in AustraliŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, met name in stedelijke gebieden en in het rivierengebied. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.

Vlaanderen: Algemeen  ingeburgerd. Voor het eerst gevonden in 1990.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL