Wilde planten in Nederland en België

Holpijp - Equisetum fluviatile

Frysk: Houtpylk

English: Water horsetail

Français: Prêle des eaux

Deutsch: Teich-Schachtelhalm

Synoniemen:

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Fluviatile betekent in of aan de rivieren.

Kruising: Bastaardpaardenstaart (zie bij Heermoes) is de bastaard van Heermoes en Holpijp.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-100 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De wortelstok is buisvormig, kaal en glanzend donkerbruin tot paars. Op de knopen van de leden wortelt de wortelstok. Woekerend.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, groene stengels overwinteren niet. Ze zijn glad, vrijwel rond met nauwelijks ribben en veertien tot dertig hoogtestrepen. Het middenkanaal is zeer wijd en hol. Bij elke knoop zit een tussenschot. De stengels zijn niet vertakt of in het midden ijl vertakt met dunne omhooggebogen zijtakken met vier of meer duidelijke ribben en bladkransen met rechte tanden. Onvruchtbare stengels zijn langer dan de vruchtbare. De dicht aanliggende stengelschede is groen tot bruin, wordt tot 1,2 cm lang en met veertien tot dertig kleine zwarte tanden met een groene basis. Ze zijn smal driehoekig, fijn toegespitst en soms is er een zeer smalle vliezige rand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De groene, tot bruine  of vaak iets oranje, schubachtige bladkransen sluiten nauw om de stengel. Ze groeien op de knopen (tussenschot). Ze worden tot ongeveer 1,2 cm lang. De tanden zijn smal driehoekig en toegespitst. De top van de kleine tanden is zwart, de voet is groen, zonder of met een zeer smalle vliezige rand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Sporen. De 1½ tot 2½ cm lange sporenaren hebben een korte steel. Ze staan aan de top van de vruchtbare stengel. Ze zijn eivormig en komen maar weinig buiten de bovenste bladkrans uit. Aan deze sporenaar zie je  zeshoekige schubben met daaronder de sporendoosjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke grond of in min of meer ondiep, zoet, hoostens zwak stromend, fosfaatarm water. Vaak met dikke lagen veenmodder en op plaatsen waar ijzerhoudend water opkwelt (alle grondsoorten, behalve zeeklei).

Groeiplaatsen: Moerassen (verlandingsvegetaties, afgesneden armen van de Maas en in ondiepe, verlandende sloten), water en waterkanten (vennen, veenkanalen en poelen), grasland (nat grasland en langs drinkpoelen in weiland), langs spoorwegen (spoorsloten) en bossen (moerasbossen).

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied, in Zeeland en in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in het kustgebied. Het meest in de Kempen. Achteruitgegaan.

Wallonië: Vrij algemeen in de Ardennen. Elders vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Equisetum maius

Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra