Wilde planten in Nederland en België

Hommelorchis - Ophrys fuciflora

Frysk:

English: Late Spider-orchid

Français: Ophrys frelon

Deutsch: Hummelragwurz

Synoniemen: Ophrys holoserica

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De bloem lijkt op een hommel. Ophrys komt van het Griekse ophrys (wenkbrauw), hetgeen waarschijnlijk slaat op de stijve beharing op de bloemlip. Fuciflora komt van het Latijnse fucus (dar) en flos (bloem), dus met op bijen lijkende bloemen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 15-50 cm.


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0

Wortels


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY 4.0


europeana.eu -
CC BY 4.0

Stengels: Een rechtopstaande, geelgroene bloeistengel.


Igal -
CC BY-NC 4.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De langwerpig-lancetvormige, iets blauwachtig groene bladeren worden tot 10 cm lang. Eerst vormen de bladeren een bladrozet. Aan de bloeistengel groeien nog één of twee opstaande, schedeachtig bevestigde bladen.


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Benoît Clavières -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: De schutbladen zijn overlangs grotendeels ingerold, generfd, langwerpig en meestal langer dan het vruchtbeginsel en later de vrucht. Een armbloemige aar met drie tot soms tien bloemen van 2-3 cm. De lip is niet gedeeld, zwak gewelfd, meer breed dan lang, min of meer bolvormig, sterk behaard en bruin met een groengele of blauwachtige tekening. De gele tot witte, soms spiegelende tekening op de onderlip is zeer variabel. Een veel voorkomende tekening is langwerpig met een rondje erin, dat doet denken aan een hommel of bij. Het gele aanhangsel aan de top is naar voren gericht. De bloemdekbladen worden tot 1,5 cm lang. De drie buitenste meestal bleekroze of soms vrijwel witte bloemdekbladen zijn ovaal, meestal korter dan de grote bruine lip en hebben één groen aangelopen middennerf. De twee binnenste bloemdekbladen zijn kort, kort behaard, in omtrek langwerpig driehoekig en meestal donkerder dan de buitenste.


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Giacomo Bellone -
CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone -
CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland, grazige kalkhellingen en hooiland), bermen, puinhellingen en soms akkerranden.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in de Duitse Eifel, België en Zuid-Engeland. In Zuid-Europa komen andere ondersoorten voor.

Nederland: Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL