Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Hondsdraf - Glechoma hederacea

Andere namen

Frysk:Tongerblom

English:Ground-ivy

Français:Lierre terrestre

Deutsch:Gundermann

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Geslacht: Glechoma (Hondsdraf)

Soort: Glechoma hederacea

Naamgeving (Etymologie): Er zijn een aantal verklaringen voor de Nederlandse naam in omloop.
1. In het Middel-Nederlands heette de plant Gondrave. Gond betekende zweer, etter of gezwel. Rave komt overeen met Reve en betekent rank. Dit plantje werd gebruikt tegen allerlei huidaandoeningen en had lange uitlopers over de grond. In de Middeleeuwen heette deze plant wondrav. Dit werd later wondrank. De plant was vroeger een middel om wonden mee te behandelen en het hielp tegen zweren, jeuken en zwellingen.
2. De naam zou afstammen van het Gotische woord Gunderaba wat ook weer wondrank betekent.
3. Een andere verklaring is dat de plant haar naam dankt aan het feit dat deze na de bloei, d.m.v. bovengrondse stengeluitlopers, snel een groot oppervlak kan innemen. Deze woekerende eigenschap zou honds genoemd kunnen worden.
Glechoma komt van het Griekse Glechon (een Munt- of Tijmsoort), naar de pepermuntachtige geur die vrijkomt bij het wrijven van de bladeren. Hederacea komt van het Griekse Hedera klimopachtig. Dit omdat de bladeren enige gelijkenis hebben met die van Klimop en ook het groeigedrag (klimmen en kruipen) lijkt enigszins op dat van Klimop.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm:Kruid.

Winterknoppen:Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 15-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels:Worteldiepte tot 20 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De vierkantige, kruipende stengels wortelen op de knopen. Zo vormen ze uitlopers. De opstijgende bloeistengels zijn behaard. Hondsdraf vormt zoden.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren blijven 's winters groen. Vaak zijn ze iets paars aangelopen. Ze zijn niervormig of rondachtig, gekarteld en gesteeld met een hartvormige voet. De plant heeft een sterke geur.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De bloemen zitten in schijnkransen in de bladoksels. Elke schijnkrans bevat één tot zes bloemen. De bloemen zijn blauwpaars, zelden wit of roze, en worden 1-2 cm. De bovenlip is aan de top uitgerand. De onderlip is drielobbig met afgeronde slippen. De tweelobbige middenslip is ongeveer even groot als de vrij vlakke bovenlip. De stijltop steekt buiten de kroon uit.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een splitvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot matig droge, matig voedselarme tot zeer voedselrijke, humushoudende grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en langs bospaden), bosranden, struwelen, heggen (voedselrijke zomen), zeeduinen (duinbossen), omgewerkte grond (vaak licht beschaduwde plaatsen), akkers, grasland (o.a. uiterwaarden en beschaduwde gazons), bermen, dijken, plantsoenen, waterkanten (o.a. afkalvende oevers van bosbeken), schuttingen, ruigten, puin, oude verweerde muren, stapelmuren en in knotwilgen.

Verspreiding

Wereld:Gematigde streken op het noordelijk halfrond. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië.


gbif.org

Nederland:Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen:Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Blad van Hondsdraf vormt - net als weegbreeblad - een oud huismiddeltje tegen zweren, jeuk en zwelling. Het verzacht de pijn die wordt veroorzaakt door brandnetels. De blaadjes moeten worden gekneusd en dan op de pijnlijke plek worden gelegd. Vaak groeit de plant ook in de buurt van de brandnetel.
Voor de zestiende eeuw werd hondsdraf gebruikt voor het helder maken van gistend bier. De bittere blaadjes werden hiervoor gebruikt. Later werd deze rol overgenomen door Hop. Een verwante toepassing was om bladeren van de hondsdraf toe te voegen aan vaten bier die mee gingen op lange zeereizen. Op deze wijze bleef het bier, dat toen niet gekoeld kon worden, beter op smaak. In Vlaanderen is de plant ook bekend als de sint-jansranke. Dit houdt verband met de Franse naam voor hondsdraf, courroie de Saint-Jean, 'gordel van Sint-Jan', omdat de plant gebruikt werd voor het vlechten van kransen voor de feestelijkheden rond de viering van Sint-Jan op 24 juni. Hondsdraf speelde een belangrijke rol in de geneeskunst. Hondsdraf werd en wordt gebruikt bij klachten van de luchtwegen, met name bij kinderen met klachten over veel slijmophoping. Hondsdraf geneest, volgens Dodonaeus, alle ghebreken des mondts en van de schamelycke vrouwelycke leden, oock de Schorftheydt ende wijdigheydts des huyts.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra