Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Honingorchis - Herminium monorchis

Frysk: Herminium

English: Musk orchid

FranÁais: Orchis musc

Deutsch: Honigorchis

Synoniemen:

Familie: Orchidaceae (OrchideeŽnfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Herminium is het verkleinwoord van het Griekse hermis (zuil), omdat de bloemstengel onbebladerd is, met hogerop een slechts weinig bredere aar. Monorchis betekent eenknollig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 8-30 cm.


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Eťn kleine, ronde, bruinachtige, niet omhulde wortelknol. Tijdens of na de bloei vormen zich nieuwe knollen aan witte uitlopers.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De lichtgroene plant is vrijwel niet behaard. De rolronde, licht gestreepte stengel staat rechtop en draagt aan de voet aanliggende scheden.


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: Aan de voet groeien twee (zelden drie) volledige, meestal langwerpige tot lijnlancetvormige, spitse bladen (5-10 cm). Van boven zijn ze glanzend, iets gootvormig en aan de onderkant gekield. Ze staan dicht bij elkaar. Hogerop zit meestal nog een kleiner, schutbladachtig blad.


Alexei Ebel -
CC BY-NC 4.0


Thierry Pernot -
CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot -
CC BY-SA 2.0 FR


Konstantin Romanov -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn lijn-lancetvormig tot lancetvormig, spits of toegespitst, kruidachtig, groen, nauwelijks zo lang als het vruchtbeginsel. De aar is tamelijk dicht en meestal naar ťťn kant gekeerd en bevat enige tientallen bloemen. De kleine bloemen zijn geelgroen, hangen iets voorover en zijn klokvormig. Ze hebben naar voren gerichte bloemdekbladen. De bloemlip is 3Ĺ-4 mm lang, spiesvormig en driespletig met een lange, smal driehoekige middenlob. De buitenste bloemdekbladen zijn 2Ĺ-3 mm lang en de binnenste ongeveer 3Ĺ mm. De spoor is klein en het geelgroene vruchtbeginsel is sterk gedraaid, lijnvormig en staat bijna rechthoekig op het bloemdek. De stempelzuil is kort. Het helmknopje zit daar met zijn rugzijde aangegroeid. De bloemen ruiken naar honing.


© C.A.J. Kreutz - verspreidingsatlas.nl

© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Daan Drukker -
CC BY-NC-ND 4.0


Erik Slootweg -
CC BY-NC-ND 4.0


Erik Simons -
CC BY 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselarme, kalkrijke, humeuze grond (zand, veen en mergel).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien, noordhellingen in de duinen, langs duinpaden en langs drinkpoelen aan de binnenduinrand) en ijl begroeid grasland (kalkgrasland en schraalland).

Verspreiding

Wereld: Gebieden met een gematigd klimaat in Europa en AziŽ. Noordwestelijk tot in Zuid-Engeland, Nederland en Zuid-ScandinaviŽ. In Europa het meest in Midden-en Oost-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam in de duinen op Schiermonnikoog en ten zuiden van Bergen, mogelijk ook nog ook in het Lauwersmeergebied. Vroeger eveneens in Zuid-Limburg, Daar voor het laatst gevonden in 1958.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de duinen bij De Panne en Oostduinkerke. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL