Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Hoog struisgras - Agrostis gigantea

Frysk: Heech strûskegers

English: Black bent

Français: Agrostis géant

Deutsch: Riesen-Straußgras

Synoniemen: Agrostis stolonifera subsp. gigantea, Agrostis stolonifera var. ramosa

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Agrostis komt van het Griekse agroostis, waarmee allerlei wilde kruiden en grassen werden aangeduid. Agrostis is afgeleid van agros (veld) en grastis (gras). Gigantea betekent reusachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 40-120 cm.


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Korte wortelstokken met meestal niet tot vezels verwerende, lichtbruine, 5-7 mm brede schubben.


Giorgio Fagg - luirig.altervista.org


© Barry Breckling -
CC-BY-NC-SA-3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels wortelen op de onderste één of twee knopen en vormen zo korte bovengrondse uitlopers.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0


© Biopix: JC Schou


Giorgio Faggi -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De bladeren zijn tot 8 mm breed. Het tongetje wordt tot 6 mm lang en heeft een afgeknotte, getande top.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui -
CC BY-SA 2.0 FR


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 8-25 cm lange bloempluim is piramidevormig en ongeveer twee keer zo lang als breed. De eennervige kelkkafjes zijn op de nerf zeer ruw en zijn ongeveer 2,5 mm. De aartjes zijn 2-3 mm. Het onderste kroonkafje (lemma) is ongenaald, maar soms zie je een kort naaldje vlakbij de top. Het onderste kroonkafje is ongeveer 2 mm en twee keer zo lang als het bovenste. De gele helmhokjes zijn eveneens ongeveer 2 mm.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde, open tot grazige plaatsen op vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond. In de duinen groeit dit gras ook op droge plaatsen. (Klei, leem en zand) Vaak op verstoorde grond.

Groeiplaatsen: Grasland (ruig hooiland), akkers, zeeduinen (duindoornstruweel en duinbossen), bosranden, hagen, waterkanten (ruigten langs oevers en slootkanten) en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en Azië. Ingevoerd in Noord-Amerika en Australië.

Nederland: Vrij algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Kempen, in de Vlaamse zandstreek en in de duinen.

Wallonië: Vrij algemeen tot vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Journal of botany, British and foreign deel 20, B. Seemann en Robert Morgan (1882)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra