Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Hop - Humulus lupulus

Frysk: Hopwynsels

English: Hop

FranÁais: Houblon

Deutsch: Hopfen

Synoniemen:

Familie: Cannabaceae (Hennepfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Humulus komt waarschijnlijk van het Latijnse humeo (vochtig zijn), wat slaat op de groeiplaatsen. Lupulus betekent ruwbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, klimplant

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 2-6 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Met uitlopers.

Stengels: De 's winters afstervende stengels worden tot 6 meter lang. Ze zijn vierkantig, door knobbeltjes ruw en rechts windend (met de klok mee).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De tegenoverstaande, gesteelde bladeren zijn handvormig, drie- tot vijflobbig, onder de bloeiwijze ongedeeld, grof getand-gezaagd, aan de voet hartvormig en van boven ruw. Er zijn geen steunblaadjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De lichtgroene, 4-5 mm grote mannelijke bloemen vormen pluimen. Ze hebben vijf bloembladen en vijf meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn eveneens lichtgroen. Dit zijn bolletjes (rondachtige vruchtkegels van 2Ĺ-3 cm) met elkaar overlappende schutbladen met twee gele, geurende klieren. Elke bloem heeft een doorzichtig komvormig bloemdek onder het bovenstandig vruchtbeginsel met twee veervormige stempels.


Mannelijke bloemen
H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Mannelijke bloemen
H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Vrouwelijke bloem
H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Vrouwelijke bloemen
Bernd Haynoldl -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De tot 3 cm grote, groene hopbellen zijn eivormig. De zaden zijn 3 mm. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke, stikstofrijke, humeuze grond (lemig zand, leem, klei stenige plaatsen en soms op venige grond). Deze liaan kan vrij langdurige overstromingen vedrdragen.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, rivier- en beekbegeleidende bossen en moerasbossen), bosranden, heggen, struwelen, hakhout, boomwallen, tegen hekwerken, soms op muren klimmend, plantsoenen, langs spoorwegen (spoorbermen), zeeduinen en waterkanten (op steenglooiingen langs de grote rivieren).

Verspreiding

Wereld: Een groot deel van Europa en AziŽ, oostelijk tot in Centraal SiberiŽ en Japan). Ook in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordelijk kleidistrict en in het Waddengebied.

Vlaanderen: Algemeen
WalloniŽ:
Algemeen, maar zeer zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Hopbellen worden al sinds de 9de eeuw gebruikt om bier te kruiden. De bittere geurstof uit de klieren van hopbellen is een kalmerend en maagversterkend geneesmiddel. Bij het kweken zorgt men er voor dat er geen mannelijke planten in de buurt groeien, zodat er geen zaden worden gevormd. Het zaad benadeelt namelijk de smaak. De jonge scheuten werden wel als groente gegeten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Botanischer Bilderatlas nach dem natŁrlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


New KreŁterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL