Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Hopwarkruid - Cuscuta lupuliformis

Frysk:

English: Hop Dodder

FranÁais:

Deutsch: Pappel-Seide

Synoniemen:

Familie: Convolvulaceae (Windefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cuscuta komt van het Griekse kassutoo (herstellen). Dit zou er op slaan, dat de plant verschillende planten onderling verbond. Lupuliformis betekent de vorm van een kleine Lupine hebbend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Parasiet.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: Tot enkele meters.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


© Gert Jan Versteeg -
CC BY-NC-ND 3.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De dikke stengels zijn soms iets afgeplat. Ze zijn bruinroze tot vrij rood en vaak donkerder gevlekt en ze klimmen in de vegetatie.


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl

© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Henk van der Sluis -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in lossere en meer trosvormige bloeiwijzen dan die van de andere Warkruiden. De bloemkroon is lang-buisvormig, rozewit en tot op een kwart ingesneden. De kroon heeft stomp-driehoekige en iets naar buiten gekromde slippen. De kroonschubben zijn langwerpig tot cirkelrond en ongeveer even lang als breed. Ze zijn onregelmatig ingesneden en bijna kroezig gewimperd. Een vruchtbeginsel met ťťn stijl en twee knopvormige stempels. De meeldraden steken niet buiten de bloem uit.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek -
GFDL

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn eivormig en groter dan die van de andere warkruiden. Ze zijn ongeveer 5 mm en springen aan de voet overdwars open. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke grond. Hopwarkruid woekert o.a. op wilg, braam, eik, sleedoorn, dauwbraam, vogelkers en grote brandnetel, maar ook wel op sierplanten.

Groeiplaatsen: Ruigten (natte ruigten), struwelen (waarin aanspoelsel blijft hangen), grienden, waterkanten en soms in akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Oost- en Midden-Europa en West-SiberiŽ. In de 20ste eeuw heeft het zijn areaal verder naar het westen uitgebreid. Nu westelijk tot in Nederland.

Nederland: Vrij zeldzaam in het rivierengebied in Midden-Nederland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora of the U.S.S.R. Botanicheskii institut Akademii nauk SSSR, deel 19, V.L. Komarov

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL