Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

IJle zegge - Carex remota

Frysk: Slappe sigge

English: Remote Sedge

FranÁais: LaÓche espacťe

Deutsch: Winkel-Segge

Synoniemen: Wijdarige zegge

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Remota betekent verwijderd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-100 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloeistengels zijn dun, stomp driekantig, vrij slap en hangen vaak over (de stengels liggen vaak uitgespreid). De onderste scheden zijn lichtbruin. Dichte pollen vormend.


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lichtgroene, lijnvormige en slappe bladeren zijn hoogstens 2 mm breed. Ze heben een tamelijk ruime schede.


Panek -
CC BY 3.0


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Daderot -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze heeft vijf tot tien zittende aren die 5-8 mm lang zijn. De onderste staan ver uiteen (4 tot 8 cm) en hebben zeer lange, bladachtige schutbladen. Naar boven toe zitten ze steeds dichter bij elkaar. De bovenste hebben kafjessachtige schutbladen. De aren zijn langwerpig-eivormig. De kafjes zijn witachtig vliezig met een groene kiel. Aan de voet zie je enkele mannelijke bloemen en hogerop staan de vrouwelijke. Vrouwelijke bloemen met een bovenstandig vruchtbeginsel en twee stempels en mannelijke bloemen met drie meeldraden.


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn 2Ĺ-3Ĺ mm. Ze zijn glanzig geelgroen, platbol, langwerpig-eirond, hebben nerven en zijn versmald in een korte tweetandige, op de rug gegroefde snavel. De nootjes zijn plat lensvormig. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Emmanuel Stratmains -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Josť Luis Romero Rego -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke, humeuze, vaak iets verdichte grond (beekafzettingen, leem, stenige plaatsen en soms op veen of licht kleiige grond).

Groeiplaatsen: Bossen (natte bossen, loofbossen, bronbossen, hellingbossen, parkbossen, grienden en langs bospaden), waterkanten (langs beken en greppels in bossen, beschaduwde slootkanten en tussen stenen van beschoeiingen of sluismuren).

Verspreiding

Wereld: De Kaukasus, Noord-Iran, SyriŽ, Noordwest-Afrika en Europa, van Noord-Spanje en Zuid-ItaliŽ tot in Zuid-ScandinaviŽ. Andere ondersoorten groeien in Zuid- en Zuidoost-AziŽ.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land en aangrenzende laagveengebieden, in Zuid-Limburg en het rivierengebied en zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Algemeen, maar zeer zeldzaam in het kustgebied.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 24, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1915)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the genus Carex, deel 1, Francis Boott (1858)


Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL