Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

IJzerhard - Verbena officinalis

Andere namen

Frysk: Verbena

English: Vervainn

Français: Verveine officinale

Deutsch: Echtes Eisenkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Verbenaceae (IJzerhardfamilie)

Geslacht: Verbena (IJzerhard)

Soort: Verbena officinalis

Naamgeving (Etymologie): Er zijn meerdere verklaringen voor de Nederlandse naam.
1. Het was in de oudheid een toverplant of offerplant en veelzijdig geneeskruid. Met zijn metaalachtige stengels had het een grote faam als heler van verwondingen met ijzeren wapens.
2. De stengels van deze plant hebben een metaalachtige kleur, zodat je er met een metalen zeis moeilijk door kon komen.
3. Door de kleur van de stengels dacht men dat je metaal nog harder kon maken m.b.v. het sap van de stengels.
4. Het kan een vertaling zijn van een oude Duitse naam voor de plant, namelijk Isernkraut. Het woord Is betekent hard of taai, wat iets zegt over de stengels van deze plant.
Verbena is misschien afgeleid van het Keltisch ferfaen. Fer betekent wegvoeren en faen betekent steen (de plant werd tegen blaasstenen gebruikt). Volgens anderen is de naam een verbastering van herbena, dat van herbeo (groene), is afgeleid, omdat de plant gebruikt zou zijn als groen bij offerfeesten. Ook wordt wel gedacht dat Verbena afkomstig is van het Oud-Griekse Verbenaca, dat weer afstamt van een oud Indo-Europees woord dat (magische) staf betekende. Dit i.v.m. het uiterlijk van de plant. Officinalis betekent geneeskrachtig of uit de apotheken.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-75 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, slanke stengels zijn taai, vierkantig en wijd vertakt. De voet verhout. Op stengelribben zie je korte stekelharen. De stengels vertakken zich alleen in de bloeiwijzen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpige bladeren staan tegenover elkaar. Ze zijn grof en onregelmatig gekarteld. Aan de voet zijn ze steelachtig versmald. De middelste bladeren hebben drie spleten met een grote eindlob. De bladranden en nerven hebben korte stekelharen. De bovenste bladeren zijn kleiner en vaak niet gedeeld.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De kleine bloemen zitten in de oksels van schutblaadjes in lange dunne, ijle aren. Ze zijn bleekroze tot lila, 2-5 mm groot, zwak tweelippig en hebben een gekromde buis. Bloemen met vijf kroonslippen, twee daarvan staan omhoog en drie omlaag. De kelk is buisvormig, vier- of meestal vijftandig en klierachtig behaard, evenals de bloeiwijze-assen en de schutblaadjes. Bloemen met vier meeldraden (twee zijn langer dan de andere twee). Het vruchtbeginsel is bovenstandig met één stijl.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een vierdelige  splitvrucht. De vruchten bevatten vier zaadjes in een rechtopstaande kelk. Tweezaadlobbig.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op matig droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke, stikstofrijke, kalkhoudende, licht bemeste en vrij compacte grond (stenige plaatsen, zand, zavel, klei en mergel).

Groeiplaatsen: Ruigten, ruderale plaatsen, rotsachtige plaatsen, grasland (ruig grasland en vochtig, licht bemest grasland), bermen (wegkanten bij dorpen), muren, hagen, langs spoorwegen (spoorbermen), omgewerkte grond, braakliggende grond (stenige plaatsen), langs paadjes aan de voet van kalkhellingen, hoge delen van uiterwaarden en beweide zandige dijken.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit warme en gematigde streken in West-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Nu komt de soort voor in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of warm klimaat.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in Zuid-Limburg en in Zeeland en vrij zeldzaam in het rivierengebied en in stedelijke gebieden. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in het Maasgebied en de Leemstreek. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de duinen en de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen in Brabant, het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen (op kalkhoudende bodem). Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra