Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

IJzervaren - Cyrtomium falcatum

Frysk:

English: Sickle-leaved Holly Fern

FranÁais: Aspidie en faux

Deutsch: Krummschildfarn

Synoniemen:

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cyrtomium is afgeleid van kyrtos (boogvormig). Falcatum betekent zeis of sikkelvormig.

Opmerking: Smalle ijzervaren heeft een smallere, bleke bladrand en is onregelmatig maar wel duidelijk getand.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Sporen: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 25-50 cm.


Aomorikuma -
CC BY-SA 4.0


flemmings_12277 -
CC BY-NC 4.0


Ron Vanderhoff -
CC BY-NC 4.0


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een rechtstaande wortelstok.


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org -
CC BY-NC 3.0


imago.indiana.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Op de wortelstok groeit een losse bundel schuin opgaande bladen. Het blad heeft een lange, tere bladsteel met kleine, oranjebruine schubben. Vorstgevoelig.


Robert LaPlante -
CC BY-NC 4.0


harum.koh -
CC BY-SA 2.0


James Bailey -
CC BY-NC 4.0


smfang -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De zeer taaie (hulstachtige), lichtgroene, aan de bovenzijde glanzende bladen staan wijd uitgespreid. Ze worden tot 60 cm lang en zijn smal driehoekig van vorm. De langgesteelde bladen zijn enkel geveerd. Het stugge, glanzende en leerachtige blad heeft tot vier tot tien paar zijdelingse blaadjes en een eindblaadje. De lichtgroene, kort gesteelde deelblaadjes worden tot 10 cm lang en tot 5 cm breed. Ze zijn sikkelvormig gekromd, scheef ruitvormig of eirond en toegespitst. De bladrand is gegolfd tot ondiep gelobd. Ze zijn lichtgroen van kleur, aan de bovenzijde leerachtig glanzend en onderaan mat. De blaadjes zijn vaak onregelmatig grof getand. De rand is kraakbeenachtig verdikt. Vruchtbare en onvruchtbare bladen zijn vrijwel gelijk van vorm.


Ixitixel -
CC BY-SA 3.0


Valťrie75 -
CC BY-SA 3.0


Valťrie75 -
CC BY-SA 3.0


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De sporenhoopjes zijn zichtbaar doorheen het blad. De ronde sporenhoopjes zitten op de onderzijde van de bladen, in twee of meer rijen tussen de bladnerf en de bladrand en zijn afgedekt met een bruin dekvliesje.


Robert LaPlante -
CC BY-NC 4.0


Ixitixel -
CC BY-SA 3.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, stenige grond.

Groeiplaatsen: Rotsen, kliffen, bossen, vochtige, beschaduwde muren in stedelijke gebieden (oude muren, waterputten, grachtmuren en kademuren e.d.).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het oosten van AziŽ. Elders plaatselijk ingeburgerd.

Nederland: Zeldzaam. Voor het eerst in het wild gevonden in 1945 (Leiden). Vanaf 1990 verwilderde deze varen vaker. Nu is de plant plaatselijk ingeburgerd in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd. Sinds het eind van de jaren negentig in Zottegem. Ook aangetroffen in o.a. Gent en Antwerpen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

In cultuur als tuinplant, maar ook als kamerplant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Icones filicum Sinicarum, deel 3, H.S. Hu, R.C. Ching, C.R. Feng (1935)


Flora japonica, C.P. Thunberg (1784)


Favourite flowers of garden and greenhouse, deel 4, E. Step, D. Bois, D.G.J.M. Bois (1896-1897)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 6, E.J. Lowe (1839)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL