Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kaal breukkruid - Herniaria glabra

Andere namen

Frysk: Breukkrûd

English: Smooth rupturewort

Français: Herniaire glabre

Deutsch: Kahles Bruchkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Caryophyllales

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Geslacht: Herniaria (Breukkruid)

Soort: Herniaria glabra

Naamgeving (Etymologie): Breukkruid slaat op de medicinale werking van de plant. Herniaria komt van het Latijnse hernia (breuk), omdat de plant vroeger gebruikt werd om breuken te genezen. Glabra betekent onbehaard.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-30 cm.


@ Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Hagen Graebner - CC BY 2.5


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.  Elk matje heeft maar één wortelstelsel.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De geelgroene, dunne, liggende, niet wortelende stengels kunnen fijn behaard of kaal zijn. De plant vormt matjes (breed uitgespreiden stengels).


@ Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Hajotthu - CC BY-SA 3.0


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De onderaan  tegenoverstaande,  zittende, geelgroene blaadjes zijn eivormig tot  langwerpig en worden 2-7 mm lang. Ze zijn meestal kaal, maar soms onderaan gewimperd. Hogerop staan de blaadjes verspreid. De kleine, vliezige  steunblaadjes zijn gewimperd. Bij verdroging verspreidt de plant  een zwak zoetige geur.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: TTweeslachtig. De zeer kleine bloemen (1-1½ mm) vormen samen dichte kluwens in de bladoksels. De kelk is sterk behaard. De vijf  kelkslippen zijn langwerpig en groen met een smalle witte rand. De vijf witte kroonbladen zijn priemvormig Bloemen met vijf meeldraden. Het vruchtbeginsel  is bovenstandig met één stijl  en stempel.


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Leo Michels - CC0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Iedere vrucht bevat maar één zaadje. De vruchten zijn meestal  iets langer dan de kelk. Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op 's zomers droge, matig voedselrijke zand- en grindgrond en andere steenachtige, zwak zure en verstoorde grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (zandige en grindrijke rivieroevers), rivierduinen, grasland (open plekken in de lage grasmat van droog, weinig bemest weiland langs de rivieren), bermen, dijken, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond met veel puin, mijnafvalstortplaatsen, muren, soms in heideterreinen en op akkers, tussen straatstenen, industrieterreinen, zeeduinen (binnenduinrand) en afgravingen (zandgroeven).

Verspreiding

Wereld: Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Niet in een groot deel van Noordwest-Europa. In Groot-Brittannië vrijwel alleen in het zuidoosten.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in het rivierengebied in het oosten, midden en zuiden en in stedelijke gebieden. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen in Lotharingen.. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Breukkruid
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra