Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kaal knopkruid - Galinsoga parviflora

Frysk: Buormanskwea

English: Gallant soldier

FranÁais: Galinsoga ŗ petites fleurs

Deutsch: KleinblŁtiges Franzosenkraut

Synoniemen: Klein knopkruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Galinsoga is vernoemd naar Don Mariano Martinez de Galinsoga (1766Ė1797), directeur van de botanische tuin te Madrid. Parviflora betekent met kleine bloemen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 20-60 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De stengels zijn enigszins glanzend, grasgroen en met verspreide, aanliggende haren.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn eirond, spits en fijn getand. Ze hebben een korte steel en verspreide aanliggende haren op de bladranden en de nerven.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De bloemhoofdjes zitten in gevorkte bloeiwijzen. Ze zijn 3-5 mm. De meestal vijf lintbloemen zijn wit en vaak met drie tanden. De buisbloemen zijn geel. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, met stroschubben. Deze stroschubben hebben vaak drie spleten en naar de top toe worden ze breder. Het vruchtpluis van de buisbloemen bestaat uit schubben en is niet genaald.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, bemeste, niet te zware en vaak kalkarme grond (van zand tot zavel).

Groeiplaatsen: Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, langs spoorwegen, heggen, struwelen, bermen (omgewerkte plaatsen) en waterkanten (zandstrandjes langs beken en rivieren).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika, met name Mexico en het Andesgebergte (Peru). In het begin van de 19de eeuw begon de soort in Europa vanuit Duitsland te verwilderen. Inmiddels groeit de plant ook in noordelijk Noord-Amerika, in Zuid- en Oost-AziŽ, AustraliŽ en in een groot deel van Afrika.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam op de Waddeneilanden, in Zeeland, het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland. Ingeburgerd sinds 1863.

Vlaanderen: Algemeen ingeburgerd. Voor het eerst gevonden in 1827.
WalloniŽ:
Vrij algemeen ingeburgerd. Het meest in Brabant.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL