Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kalkdoddegras - Phleum phleoides

Frysk:

English: Purple-stem Catstail

FranÁais: Flťole de Boehmer

Deutsch: Steppen-Lieschgras

Synoniemen: Phleum boehmeri

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Phleum komt van het Griekse phleos (bast) of pheleos (overvloeien). De plant werd tegen oorloop gebruikt. De naam is vroeger gegeven aan een ander gras (Ampelodesmus tenax), waarvan de stengels voor vlechtwerk gebruikt werden. Phleoides verwijst naar de geslachtsnaam.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 10-70 cm.


Daderot - Public Domain


Daderot -
CC0


Jean-Luc Gorremans -
CC BY-SA 2.0 FR


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, vaak paars aangelopen stengels hebben bovenaan geen bladen. Dit gras vormt dichte zoden.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Victor M. Vicente Selvas -
CC BY-SA 3.0


Javier martin - Public Domain


Alain Bigou -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De ruwe bladen zijn 1-3,5 mm breed. Ze hebben een witte rand. Het stompe tongetje  is 1-2 mm.


Daderot - Public Domain


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Alain Bigou -
CC BY-SA 2.0 FR


Alain Bigou -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De dunne aarpluim wordt tot 15 cm lang en is aan beide kanten geleidelijk versmald. De aartjes met twee spitsjes zijn ťťnbloemig. De kelkkafjes zijn schuin afgeknot en hebben een tot 0,5 mm lange stekelpunt. Ze zijn langer dan de kroonkafjes.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Jean-Luc Gorremans -
CC BY-SA 2.0 FR


Alain Bigou -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Javier martin - Public Domain


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Jean-Luc Gorremans -
CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op droge, kalkrijke, zandige of stenige grond.

Groeiplaatsen: Rotsen en bossen (lichte dennenbossen).

Verspreiding

Wereld: Midden-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Zuid-ScandinaviŽ en westelijk tot in BelgiŽ en Zuidoost-Engeland.

Nederland: Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL