Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kalkwalstro - Galium pumilum

Frysk:

English: Slender Bedstraw

FranÁais: Gaillet nain

Deutsch: Heide-Labkraut

Synoniemen:

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Walstro komt van wiegstro (wal betekent wieg). Walstrosoorten werden vroeger gebruikt (als stro) in wiegen. Galium komt van het Griekse gala (melk). Vroeger werden deze planten gebruikt om melk te stremmen (kaasbereiding). Pumilum betekent dwergachtig of laag.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 15-30 cm.


© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Thierry Pernot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De dunne, meestal liggende stengels zijn aan de basis behaard. De beharing neemt naar de top toe af. Meestal zijn er maar weinig en dan alleen bloeiende stengels. Polvormend.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Etienne Aspord -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Franco Fenaroli -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De bladeren staan in kransen van meestal zes tot acht. Deze kransen staan vrij ver uit elkaar. De bladeren worden 0,5-2 cm lang. De bovenste bladeren zijn lijnvormig en met een omgerolde rand. De onderste zijn iets breder. Bij droging blijven ze groen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Thierry Pernot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in een lange, losbloemige pluim. Ze zijn roomwit en worden 3-4 mm breed.


Fornax -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Thierry Pernot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn niet behaard, glad of hebben vaak fijne wratjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op matig droge, matig voedselarme, niet bemeste, kalkrijke grond (leemhoudend zand en mergel).

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland, krijthellingen, schraal grasland en steile kantjes van kalkrijke hellingen) en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Het grootste deel van Europa, maar het meest in West- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland, BelgiŽ en Engeland, maar ook op IJsland.

Nederland: Zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in het zuidoosten (slechts op twee plaatsen).
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam. Het meest  in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Galium erectum
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Florae Austriaceae, deel 5, N.J. von Jacquin (1778)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL