Wilde planten in Nederland en België

Kalmoes - Acorus calamus

Frysk: Kalmûswoartel

English: Sweetflag

Français: Acore calame

Deutsch: Kalmus

Synoniemen:

Familie: Acoraceae (Kalmoesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Acorus komt van het Griekse a (niet) en koros (verzadiging of overvulling). De plant werd gebruikt tegen indigestie. Calamus betekent riet.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 60-120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Panek -
GFDL


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Mokkie -
CC BY-SA 3.0

Wortels: De kruipende en zich vertakkende, zeer aromatische wortelstok wordt 1-3 cm dik.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


sariai -
CC BY-NC 4.0


sariai -
CC BY-NC 4.0

Stengels: Een onbehaarde plant. De rechtopstaande stengels zijn driekantig en afgeplat. Aan de ene kant zijn ze scherpkantig en aan de andere kant hebben ze een groef waaruit de bloeikolf te voorschijn komt. Aan de voet zijn ze vaak rood aangelopen. Polvormend.


Superior National Forest -
CC BY 2.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wortelstandige bladeren staan in 2 rijen, zijn aan de voet roodachtig, zijn zwaardvormig, spits en 0,5-2 cm breed. Meestal zijn ze horizontaal geplooid. Ze hebben vaak (voor een deel) een gegolfde rand en verspreiden, bij kneuzing, een zoete, aromatische geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kenpei -
CC BY-SA 3.0


Sten -
CC BY-SA 3.0


Biswarup Ganguly -
CC BY 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn groengeel, zeer klein en vormen samen een dichte, smalle, cilindervormige, opstijgende bloeikolf (4-10 cm). Bloemen met zes vliezige, rechtopstaande, omgekeerd eironde, meer breed dan lange, stompe, kelkachtige bloemdekbladen van minder dan 1 mm lengte, die aan de top naar binnen zijn gebogen. Er zijn eveneens zes meeldraden, die tegenover de bloemdekbladen staan en korte, tweehokkige helmknopjes hebben, die zich overlangs openen. Het driehokkig vruchtbeginsel is bovenstandig. De stamper bestaat uit een langwerpig, driehokkig vruchtbeginsel met vele "eitjes" in ieder hokje, een zeer korte stijl en een kleine, stompe stempel. Naast de bloeikolf zit een zeer lange, lintvormige, groene schede, die schijnbaar een voortzetting van de stengel vormt, zodat de bloeikolf zijdelings schijnt te staan. Deze schede is veel langer dan de bloeikolf.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een langwerpige, 2-3-hokkige (hokjes met weinig zaden), roodachtig bes, die aan de voet door het bloemdek is omsloten. In Europa is Kalmoes onvruchtbaar en hier worden derhalve geen bessen gevormd. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in en langs, voedselrijk, stilstaand of stromend, zoet, zwak zuur tot kalkrijk water met een bodem van zand, veen of niet te zware klei.

Groeiplaatsen: Waterkanten en water (greppels, sloten, plassen, vijvers, rivieren, rivierarmen, wielen en het meest langs kanalen) en moerassen (verlandingsvegetaties en aangrenzend weiland, dat 's winters onder water komen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië. Nu ook in Europa, Noord-Amerika en andere delen van Azië. Sinds 1557 in Europa in botanische tuinen ingevoerd en vervolgens ingeburgerd.

Nederland: Algemeen. Ingeburgerd in de 17de eeuw.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest in de rivierdalen.

Wetenswaardigheden

Extracten van de wortelstok van Kalmoes worden gebruikt als een eetlust opwekkend middel. De plant wordt ook gebruikt voor het aroma van Deventer koek en bij de bereiding van berenburg. De bladeren werden gebruikt als bindmateriaal.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 4, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1899-1902)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)


Flora des Königreichs Hannover, deel 3, G.F.W. Meyer, A. Schumann (1854)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL