Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kamgras - Cynosurus cristatus

Andere namen

Frysk: Fine raai

English: Crested dog's-tail

Français: Crételle des prés

Deutsch: Wiesen-Kammgras

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Cynosurus (Kamgras)

Soort: Cynosurus cristatus

Naamgeving (Etymologie): Cynosurus komt van het Griekse cynos (van de hond) en oura (staart), hetgeen slaat op de lange, stijve, stoppelige bloeiwijze. Cristatus betekent kamdragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 20-60 cm.


Daderot - Public Domain


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De rechtopstaande, grijsgroene stengels zijn weinig of niet behaard. Aan de basis zijn ze meestal bruingeel. Kleine, dichte pollen vormend.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Voor het ontplooien zijn de bladen samengevouwen. De bladen zijn fijn gegroefd en 2-3 mm breed. De bovenkant heeft ribben en halverwege halverwege zie je  vaak een zwakke insnoering.  De bladscheden zijn niet opgeblazen. Het tongetje is kort (1 mm) en afgeknot. Aan de rand is het onregelmatig ingesneden.


Daderot - Public Domain


Daderot - Public Domain


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Blokenearexeter - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. De dichte bloempluim is lijnvormig (4-10 cm) met zeer korte zijassen. In de aar kelkkafjes zijn smal, gekield, grotendeels vliezig en met één nerf. Ze komen niet tot aan de top van het aartje. De helmknoppen  van de drie meeldraden  zijn paarsachtig. Op het bovenstandig vruchtbeginsel  zie je de witte, veervormige stempels.p>

Ka De witte veervormige stempels die op de vruchtbeginsels staan vegen als het ware het pollen uit de langswaaiende lucht. De as van de aar is zigzagvormig Kamgras wordt 20 tot 60 cm hoog.

2 kelkkafje, 2 kroonkafje Meeldraden: 3 meeldraden Vruchtbeginsel: bovenstandig Stijlen: 1 Stempels: 2


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Bildoj - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Na de hoofdbloei kunnen de kafjes van vruchtbare en onvruchtbare aartjes zich tot kleine bladeren ontwikkelen, waardoor zonder vruchtvorming nieuwe plantjes kunnen ontstaan. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op klei en leem).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (bemest grasland, weiland, hooiweiden en soms in hooiland), parken, waterkanten (grazige oevers en langs vijvers), begraasde dijken, afgravingen (leem- en kleigroeven), bossen (zonnige plekken langs vochtige bospaden) en zeeduinen (beweide of betreden duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, op de Azoren en Europa, behalve in de meest oostelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika, India en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land en zeldzaam in Flevoland.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Rode lijst Vlaanderen. Achteruitgaand.

Wallonië: Vrij algemeen.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Naamgeving (Etymologie): Cynosurus komt van het Griekse cynos (van de hond) en oura (staart), hetgeen slaat op de lange, stijve, stoppelige bloeiwijze. Cristatus betekent kamdragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 20-60 cm.


Daderot - Public Domain


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De rechtopstaande, grijsgroene stengels zijn weinig of niet behaard. Aan de basis zijn ze meestal bruingeel. Kleine, dichte pollen vormend.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Voor het ontplooien zijn de bladen samengevouwen. De bladen zijn fijn gegroefd en 2-3 mm breed. De bovenkant heeft ribben en halverwege halverwege zie je  vaak een zwakke insnoering.  De bladscheden zijn niet opgeblazen. Het tongetje is kort (1 mm) en afgeknot. Aan de rand is het onregelmatig ingesneden.


Daderot - Public Domain


Daderot - Public Domain


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Blokenearexeter - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. De dichte bloempluim is lijnvormig (4-10 cm) met zeer korte zijassen. In de aar  zie je aartjes met twee  tot vijf bloemen en daar tegenover onvruchtbare  aartjes in  de vorm van kammetjes (de vruchtbare aartjes hebben elk een onvruchtbaar kamvormig aartje aan de voet ). De hoofdas is zigzagsgewijs heen en weer gebogen en heeft twee rijen aartjeskluwens, die naar één kant van de hoofdas zijn gekeerd. De twee  kelkkafjes zijn smal, gekield, grotendeels vliezig en met één nerf. Ze komen niet tot aan de top van het aartje. De helmknoppen  van de drie meeldraden  zijn paarsachtig. Op het bovenstandig vruchtbeginsel  zie je de witte, veervormige stempels.


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Bildoj - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Na de hoofdbloei kunnen de kafjes van vruchtbare en onvruchtbare aartjes zich tot kleine bladeren ontwikkelen, waardoor zonder vruchtvorming nieuwe plantjes kunnen ontstaan. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op klei en leem).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (bemest grasland, weiland, hooiweiden en soms in hooiland), parken, waterkanten (grazige oevers en langs vijvers), begraasde dijken, afgravingen (leem- en kleigroeven), bossen (zonnige plekken langs vochtige bospaden) en zeeduinen (beweide of betreden duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, op de Azoren en Europa, behalve in de meest oostelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika, India en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land en zeldzaam in Flevoland.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Rode lijst Vlaanderen. Achteruitgaand.

Wallonië: Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra