Karpatenklokje - Campanula carpatica

Frysk:

English: Tussock Bellflower

Français: Campanule des Carpates

Deutsch: Karpaten-Glockenblume

Synoniemen:

Familie: Campanulaceae (Klokjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem. Carpatica verwijst naar de Karpaten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus

Afmeting: 10-40 cm.


Kor!An - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Jerzy Opiola - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Wortels


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0


biodiversity naturalis - cc0

Stengels: De plant vormt vaak meerdere stengels. De stengels zijn vrij weinig vertakt.


Luca Fornasari - cc by-nc 4.0


Luca Fornasari - cc by-nc 4.0


Margriet Kampman/Jan van der Meer - cc by-nc-nd 4.0


Jochem Nuva Macaré - cc0

Bladeren: De behaarde, 2,5-5 cm grote bladen zijn driehoekig tot licht langwerpig. Ze zijn aan de voet uitgerand tot hartvormig. De bladranden zijn meestal gegolfd en ondiep gekarteld.


Salicyna - cc by-sa 4.0


Salicyna - cc by-sa 4.0


Guy Lecq - tela-botanica.org - cc by-sa-2.0 fr


radinis - cc by-nc 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande of met weinige bijeen staande, 2,5-3 cm grote bloemen staan rechtop. De blauwe of witte bloemkroon is ster-klokvormig (breed klokvormig tot bijna schotelvormig) en tot op een kwart ingesneden. Meestal zijn er vijf, maar soms tot acht, brede kroonslippen. De uitstaande kelkbladen zijn vrij smal en buigen tenslotte iets terug.


Kor!An - cc by-sa 3.0


Jerzy Opiola - cc by-sa 4.0


C T Johansson - cc by-sa 3.0


Heike Löchel - cc by-sa 2.0 de

Vruchten en zaden: De doosvruchten springen open bij de top. Tweezaadlobbig.


BotBln - cc by-sa 4.0


Angela Wouters - cc by-nc-nd 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochthoudende, niet te voedselrijke, licht basische, goed doorlatende en meestal stenige grond.

Groeiplaatsen: Langs muren, rotsen, rotstuinen, bloembakken, in voegen van plaveisel.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Oost-Europa (Karpaten).

Nederland: Nog niet ingeburgerd, maar mogelijk inburgerend in stedelijke gebieden. Zeldzaam.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam. Mogelijk lokaal inburgerend.

Wallonië: Niet ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl