Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Karwij - Carum carvi

Andere namen

Frysk: Karwei

English: Caraway

Français: Carvi

Deutsch: Echter Kümmel

Verouderde of andere namen: Echte karwij

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Apiales

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie

Geslacht: Carum (Karwij)

Soort: Carum carvi

Naamgeving (Etymologie): Carum is volgens sommigen genoemd naar de provincie Karië in Klein-Azië, volgens anderen is het afgeleid van het Griekse kara (kop) en zou dan slaan op de bloeiwijzen aan de stengeltoppen. Carvi komt van het Arabische kerawi of kerawia, de naam voor verschillende schermbloemigen met een aromatisch riekende vrucht.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Afmeting: 30-60 cm.

Levensduur: Meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0

Wortels:De penwortel is cylinder- of spoelvormig. Worteldiepte tot 50 cm.


Liliane Roubaudi -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn kaal, hol en gegroefd.


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn langwerpig eirond en twee- tot drievoudig geveerd, De blaadjes zijn weer veerdelig met lijnvormige of langwerpige slippen. De beide onderste paren staan kruisgewijs. De bladscheden aan de top hebben steunbladachtige aanhangsels.


© Ruud Beringen - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in onregelmatige schermen met vijf tot zestien stralen. De witte of roze bloemen zijn 2-3 mm. De omwindselblaadjes ontbreken meestal.


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De eivormige, langwerpige vruchten zijn 3-4 mm, met smalle ribben. Bij wrijven verspreiden ze een aromatische geur. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Oliver s. -
CC BY-SA 3.0


Liliane Roubaudi -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond (zandige klei).

Groeiplaatsen: Grasland (bemest grasland, weiland, uiterwaarden en bergweiden), bermen, dijken en ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld:Oorspronkelijk uit Europa en Siberië. Nu in alle werelddelen.


gbif.org

Nederland:Plaatselijk nog vrij algemeen in het rivierengebied en aangrenzende gebieden. Elders zeldzaam.
Rode lijst 2012. Bedreigd. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet ingeburgerd.

Wallonië: Vrij algemeen in zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Bedreigd. Beschermd.

Toepassingen

Karwijzaad of kummel wordt voornamelijk gebruikt in groenteconserven zoals zuurkool, augurken en rode bieten, maar in Duitstalige streken wordt het in veel maaltijden toegepast. In Nederland wordt Karwij het meest gekweekt in het Oldambt in Groningen, in Zeeland en in de Haarlemmermeerpolder.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 7, Adolphus Ypey (1813)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Botanische wandplaten


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Medizinal Pflanzen, deel 2, F.E. Köhler, W. Müller (1890)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora regni borussici, deel 11, A.G. Dietrich (1843)


Plantae medicinales, deel 1, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 2, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1894-1896)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1853)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra