Wilde planten in Nederland en België

Karwijselie - Selinum carvifolia

Frysk:

English: Cambridge Milk-Parsley

Français: Sélin à feuilles de cumin-des-prés

Deutsch: Kümmel-Silge

Synoniemen:

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Selinum komt van het Griekse selinon, een naam, die in de Oudheid voor verschillende schermbloemigen werd gebruikt. Carvifolia betekent karwijbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 30-90 cm.


Fornax -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marco Banzato -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De vrijwel niet behaarde stengels zijn massief, gevleugeld-kantig (dus scherp geribd), vertakt en bebladerd.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladeren zijn twee tot drie keer geveerd. De bladslippen zijn lijnvormig tot eirond, toegespitst en hebben een witte top die in een kort naaldje overgaat. De onderste zijassen aan de voet hebben geen bladslippen.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemschermen worden tot 7 cm breed en bestaan uit vijftien tot vijfentwintig stralen. De kroonbladen zijn eerst lichtrood, maar later worden ze wit. De bloemknoppen zijn roodachtig. Er zijn nul, één of twee omwindselblaadjes. Deze vallen spoedig af. Er zijn wel vele omwindseltjes. De bloemen zijn 2 mm.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een splitvrucht. De 3-4 mm lange vruchten zijn langwerpig, ruggelings afgeplat en gevleugeld op de ribben. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig voedselarme tot matig voedselrijke, vochtige tot natte, zwak zure grond (leem, laagveen en schelpkalk).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte bossen), bosranden aan de rand van beekdalen, grasland (schraal hooiland en blauwgrasland), waterkanten (langs beken) en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Midden- en West-Azië en Oost-, Midden- en Zuidwest-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland en zeer zeldzaam in Groot-Brittannië (slechts op drie plaatsen).

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten van het land, in de Kempen en in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de valleigebieden van het Hageland op op zand-lemige grond in Haspengouw.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest in het Maasgebied en in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL