Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kerspruim - Prunus cerasifera

Frysk: KersprŻm

English: Pissard plum

FranÁais: Prunier myrobolan

Deutsch: Kirschpflaume

Synoniemen:

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Prunus is misschien afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Cerasifera betekent kersdragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom of struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Februari, maart en april.

Afmeting: 3-8 meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Geen uitlopers.

Stam:


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: Jonge takken zijn kaal, glanzig en weinig of niet gedoornd.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpige tot eironde bladeren zijn 3 tot 7 cm. Ze zijn van boven glanzend en worden snel kaal. Van onderen zijn ze eerst op de middennerf behaard, maar later worden ze (vrijwel) kaal.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De meestal alleenstaande, 1Ĺ-2 cm grote bloemen verschijnen tegelijk met de bladeren of iets eerder. De kroonbladen zijn meestal wit, maar soms roze. De bloemstelen zijn kaal.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht. De bolronde, zoete en eetbare pruimen zijn 2-3 cm in doorsnede. Ze kunnen roodachtig of geel zijn. De steen (pit) is rond en gekield. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze, vrijwel neutrale grond. Het meest op rivierklei en leem.

Groeiplaatsen: Bosranden en struwelen.

Verspreiding

Wereld: Zuidoost-Europa en Zuidwest-AziŽ (o.a. in de Kaukasus en Iran). Elders plaatselijk ingeburgerd, o.a. in Groot-BrittanniŽ, Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Verenigde Staten, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen. Het meest in rivierkleigebieden. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeldzaam ingeburgerd.

Wetenswaardigheden

Veel aangeplant als fruitboom of in hagen. Ze wordt veel gebruikt als onderstam, om er andere Prunussoorten op te enten, waardoor ze geschikt worden voor laagstamboomgaarden. Een vorm met bruine bladeren en roze bloemen wordt als sierboompje gekweekt. Het is een van de voorouders van de gekweekte pruimenrassen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Icones plantarum novarum, deel 1, C.F. von Ledebour (1829)


Curtis's Botanical Magazine, deel 97, W.H. Fitch (1871)


Curtis's Botanical Magazine, deel 106, A. Bernard (1880)


Traitť des arbres et arbustes, Nouvelle ťdition, deel 5, H.L. Duhamel du Monceau, P. Bessa (1812)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL