Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kikkerbeet - Hydrocharis morsus-ranae

Andere namen

Frysk: Duitblêd

English: Frogbit

Français: Hydrocharis des grenouilles

Deutsch: Froschbiß

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Alismatales

Familie: Hydrocharitaceae (Waterkaardefamilie)

Geslacht: Hydrocharis (Kikkerbeet)

Soort: Hydrocharis morsus-ranae

Naamgeving (Etymologie): Hydrocharis is afgeleid van het Griekse hydor (water) en charis (versiering). Morsus ranae betekent beet van een kikvors.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 15-30 cm.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


J.F. Gaffard -
CC BY-SA 3.0


J.F. Gaffard -
CC BY-SA 3.0

Wortels: De wortels hangen in het water en bereiken de bodem niet. Ze hebben veel lange witte wortelharen.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Er zijn twee soorten stengels, namelijk korte, bebladerde, worteldragende stengels en langere in het water zwevende stengels die in een bladoksel groeien en uitlopers vormen. In de herfst ontstaat een winterknop, die naar de bodem zakt en en daar overwintert.


Jakub093 -
CC BY-SA 4.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De drijvende bladeren zijn vlezig, vrijwel rond, hebben een diep hartvormige voet en een gave rand. Naast de rechter middennerf zie je vier boogvormige zijdelingse nerven. Aan de voet van de lange bladsteel groeien twee vrije steunblaadjes.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen steken boven het water uit. Ze zijn vrij langgesteeld en 2-3 cm. De witte bloemdekbladen hebben een gele nagel. De vrouwelijke bloemen staan afzonderlijk in de oksels van een zittend schutblad die de bloem voor de bloei als een schede omhult. Ze hebben zes onvruchtbare meeldraden. Het onderstandig vruchtbeginsel heeft zes stijlen, elk met een tweespletige stempel. De mannelijke bloemen zitten in armbloemige (meestal drie bloemen) bloeiwijzen met een tweekleppige, kokervormige bloeischede (de afzonderlijke bloemen en de bloeiwijze met een steel). Per bloeiwijze is één bloem open, zelden twee. Ze hebben vier kransen van drie gele meeldraden en in het midden een niet goed ontwikkeld vruchtbeginsel. De voor elkaar staande meeldraden zijn twee aan twee aan de voet met elkaar vergroeid. Elke bloem is maar één dag open en verspreidt dan een zoete geur.


Jakub093 -
CC BY-SA 4.0


Teuteul -
CC BY-SA 3.0


Andrea Mologni -
CC BY-NC-ND 4.0


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een bes. Na de bevruchting kromt de vruchtsteel zich naar beneden in het water. De vruchten rijpen zo onder water. Ze zijn eivormig tot bolrond en ongeveer 1 cm. De bolronde zaden zijn ongeveer 1 mm en ingebed in een soort gelei. Tweezaadlobbig.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Andrea Mologni -
CC BY-NC-ND 4.0


Andrea Mologni -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand of soms licht stromend, beschut, matig voedselrijk tot voedselrijk, zwak zuur tot basisch (hooguit zwak kalkhoudend), zoet tot zwak brak water met een bodem van veen, rivierklei, zand of leem met meestal veel organische stof.

Groeiplaatsen: Water (brede, maar soms vrij smalle sloten, vijvers, luwe hoeken van petgaten en plassen, kleine veenplassen, verlandende kanalen en rivierarmen, hoogveenwijken met binnendringend voedselrijk water en in het zoetwatergetijdengebied), bossen (broekbossen) en moerassen (drijftilen).

Verspreiding

Wereld:Gematigde streken in West- en Midden-Azië en Europa, behalve in de meest noordwestelijke en zuidelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland:Algemeen in laagveengebieden, plaatselijk algemeen in het rivierengebied, vrij zeldzaam tot zeldzaam op de hoge zandgronden, zeldzaam in de de noordelijke zeekleigebieden en zeer zeldzaam in Zeeland, Zuid-Limburg en op de Waddeneilanden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen:Vrij zeldzaam. Afgenomen.
Rode lijst. Kwetsbaar. Beschermd.

Wallonië : Zeer zeldzaam in de Leemstreek en de Kalkstreek.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Vorschen beet
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Botanische wandplaten


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Morsus ranae
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra