Wilde planten in Nederland en België

Klaverbladvaren - Marsilea quadrifolia

Frysk:

English: European water-clover

Français: Fougère d'eau à quatre feuille (Marsilea à quatre feuilles)

Deutsch: Vierblättriger Kleefarn

Synoniemen:

Familie: Marsileaceae (Pilvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Marsilea is genoemd naar de Italiaanse natuurondersoeker Luigi Ferdinando Marsili (1656–1730). Quadrifolia betekent vierbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hydrofyt of helofyt.

Rijpe sporen: Juni, julli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-15 cm.


© Joke Schaminée-Sluis - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Christian Berg -
CC BY-NC 4.0


George -
CC BY-NC 4.0


Kelly Fuerstenberg -
CC BY-NC 4.0

Wortels: De bruine, lange, vertakte wortelstok is draadvormig en wortelt op de knopen. Kruipend of in het water zwevend.


Blake Cahill -
CC BY-NC 4.0


Blake Cahill -
CC BY-NC 4.0


University of Florida Herbarium -
CC BY-NC 4.0


University of Michigan -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De dunne bladstelen zijn onbehaard en kunnen tot 15 (soms tot 17) cm lang worden.


Rujuta Vinod -
CC BY-NC 4.0


Kristof Zyskowski -
CC BY-NC-ND 4.0


Show_ryu -
CC BY-SA 3.0


Daniele Seglie -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: Er zijn steeds twee bladen, die elk in twee delen zijn gesplitst. De vlakke, onbehaarde blaadjes zijn omgekeerd-driehoekig. Aan de top zijn ze gaafrandig of iets gegolfd en ze worden 0,5-2 cm lang (ongeveer even lang als breed). Overdag staan de bladeren recht af, maar ’s nachts hangen ze slap naar beneden. De onderwaterbladen, drijvende bladen en landbladen lijken sterk op elkaar, maar alleen de laatste vormen sporen.


© Joke Schaminée-Sluis - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kristof Zyskowski -
CC BY-NC-ND 4.0


Marc Solà -
CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Alleen de landbladen vormen sporen. De behaarde sporocarpen worden 3-5 mm lang. De sporenhoopjes zitten in ronde of boonvormige, tot 5 mm lange sporocarpen, met één tot vier bij elkaar op korte, vertakte, rechtopstaande stelen die ontspringen aan de basis van de bladstelen.


jim_keesling -
CC BY-NC 4.0


jim_keesling -
CC BY-NC 4.0


University of North Carolina -
CC BY 4.0


University of Michigan -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen in ondiep water (tot 40 cm diep) en op 's zomers tijdelijk droogvallende plaatsen op matig voedselrijke, basenrijke, matig stikstofrijke tot stikstofrijke, matig kalkrijke tot kalkarme, basische tot zwak zure grond (leem en slibgrond). Zeer gevoelig voor grotere waterstandwisselingen. De palnt moet minstens een deel van het jaar volledig onder water staan.

Groeiplaatsen: Water, droogvallende modderige oevers langs traagstromende rivieren en kleinere watergangen.

Verspreiding

Wereld: Vooral in Noord-Amerika (ingeburgerd), Zuid- en Midden-Europa en Oost-Azië.

Nederland: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Mogelijk inheeems.
Wallonië
: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Abhandlungen zur geologischen Specialkarte von Preussen und den Thüringischen Staaten (1872)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL