Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Klein glaskruid - Parietaria judaica

Andere namen

Frysk: Lytse glêspoetser

English: Pellitory-of-the-wall

Français: Pariétaire de Judée

Deutsch: Mauer-Glaskraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Brandnetelfamilie (Urticaceae)

Geslacht: Parietaria (Glaskruid)

Soort: Parietaria judaica

Naamgeving (Etymologie): Glaskruid slaat op het gebruik van de bladeren als poetsmiddel voor glas. Parietaria komt van het Latijnse paries (wand), de plant groeit namelijk op muren. Judaica komt van Juda (een bergstreek in Israel).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-40 cm, maar soms tot 80 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De liggende, opstijgende of soms rechtopstaande stengels zijn gevuld, dicht behaard, sterk vertakt en vaak dieprood van kleur. Op beschaduwde plaatsen en in tuinen  lijken de planten sterker op Groot glaskruid.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl


G.Hagedorn - CC BY-SA 3.0


Hectonichus - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn stevig, donkergroen en eirond. Ze hebben een wigvormige tot afgeronde voet, een gave rand en een korte spits. De 2-5 cm lange bladeren zijn twee tot drie maal zo lang als de steel. Op de bladnerven en de bladonderkant groeien roze of rode haren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kevin Thiele - CC BY 2.0


Adrian198cm - Public Domain


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. Bloeiwijzen met een groot aantal dicht bij elkaar zittende, kleine, groenachtige, naar rood neigende bloemen. Bloemen met een bovenstandig vruchtbeginsel en een stijl met een veervormig stempel. Er zijn vier meeldraden. De drie schutblaadjes van de tweeslachtige bloemen zijn aan de voet met elkaar vergroeid.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Malte - CC BY-SA 3.0


Adrian198cm - Public Domain


Peter coxhead - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn 1-1,4 mm. Het bloemdek van de tweeslachtige bloemen verlengt zich na de bloei. Het is dan ongeveer 3-4 mm lang. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, met name stikstofrijke, doorlatende grond en op kalkrijke, stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Oude muren (bijv. ruïnes, kaden, kerken, kastelen en stadsmuren), rotsen, soms tussen straatstenen, onder heggen en in tuinen.

Verspreiding

Wereld: Het Middellandse-Zeegebied, Zuidwest-Azië en West-Europa. Noordelijk tot in Schotland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in het rivierengebied, voornamelijk in stedelijke gebieden. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems. Beschermd.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in stedelijke gebieden, langs rivieren en in het kustgebied.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Zeldzaam in de Kalkstreek.
Rode lijst. Bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra