Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Klein hoefblad - Tussilago farfara

Andere namen

Frysk: Lyts hoefblêd

English: Coltsfoot

Français: Pas-d'âne

Deutsch: Huflattich

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Tussilago (Klein hoefblad)

Soort: Tussilago farfara

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam heeft te maken met de vorm van het blad, dat lijkt op een paardenhoef. Tussilago betekent hoestverdrijver. Sinds de Romeinen geldt hoefblad als een middel tegen hoest. Farfara is afgeleid van het Latijnse far (meel) en fero (dragen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Februari, maart en april.

Afmeting: 7-24 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kruipende wortelstok met lange ondergrondse uitlopers (tot meer dan 1 meter).


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De bloeistengels staan rechtop en zijn niet vertakt. De stengels hebben eironde tot langwerpige, groene, bruinrode tot roodachtige schubben en ze zijn spinragachtig behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladeren komen pas na de bloemen. Ze zijn wortelstandig, vrij rond, 10-30 cm breed en met een hartvormige voet. De bladrand is hoekig en ongelijk getand (iets verdikt en paarsbruin tot zwartachtig). Van boven zijn de bladeren spinnenwebachtig behaard. Later worden ze tussen de nerven kaal. Van onderen zijn ze witviltig. De bladeren hebben een zijdelings afgeplatte en niet geribde steel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen verschijnen voor de bladeren. De bloeistengels dragen maar één bloemhoofdje. Het gele, eerst opgerichte, maar later knikkende hoofdje is 2-3 cm. De bloemen hebben buisbloemen en zeer smalle vrouwelijke lintbloemen. De vrouwelijke bloemen hebben een onderstandig vruchtbeginsel met stijl en twee stempels. De omwindselbladen staan in één rij.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn dun, cilindervormig en worden tot 1 cm lang. Het vruchtpluis bestaat uit enige kransen van zijdeachtige sneeuwwitte haren, die ongeveer drie keer zo lang zijn als de zaadjes. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rüdiger - CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige, voedselrijke, omgewerkte, zwak zure tot vaak kalkhoudende grond (zand, leem, lichte klei, mergel en stenige grond).

Groeiplaatsen: Dijken, nieuwe of omgewerkte bermen, ruigten (voedselrijke ruigten), akkers, zeeduinen, kwelplekken, puin, afgravingen (o.a. steengroeven), braakliggende grond, plantsoenen, gronddepots, bossen (langs boswegen), bosranden, heggen, langs spoorwegen (spoordijken) en waterkanten (rivierstrandjes).

Verspreiding

Wereld: Het grootste deel van Europa, West- en Midden-Azië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in oostelijk Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in stedelijke gebieden.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen.

Toepassingen

Om zijn geheimzinnige eigenschap, eerst bloemen en dan pas bladeren, stond het te boek als Filius ante patrem: de zoon voor de vader. In de keuken worden jonge bladeren en scheuten gebruikt in salades en soepen, maar vroeger was de geneeskundige waarde het belangrijkst. De gedroogde bladeren werden verwerkt tot kruidensigaretten, en met stroop en suiker tot hoesttabletten, ter bestrijding van hoest en astmatische klachten. Een andere toepassing was om bladeren te koken in droesem en met salpeter in de zon te drogen. Dit poeder werd in tondeldozen gebruikt om vuur te maken. Door de meeste zoogdieren wordt de plant niet gevreten. Veel volksnamen verwijzen naar de hoefvorm van het blad.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra