Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Klein timoteegras - Phleum pratense subsp. serotinum

Andere namen

Frysk: Lyts timkegers

English: Cat's tail

Français: Fléole bulbeuse

Deutsch: Wiesen-Lieschgras

Verouderde of andere namen: Phleum pratense subsp. nodosum, Phleum nodosum, Phleum hubbardii, Phleum bertolonii

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Phleum (Doddegras)

Soort: Phleum pratense ssp. serotinum

Naamgeving (Etymologie): Phleum komt van het Griekse phleos (bast) of pheleos (overvloeien). De plant werd tegen oorloop gebruikt. De naam is vroeger gegeven aan een ander gras (Ampelodesmus tenax), waarvan de stengels voor vlechtwerk gebruikt werden. Pratense betekent in weiden groeiend en serotinum laat bloeiend of groeiend.

Ondersoort: De andere ondersoort is Timoteegras (Phleum pratense subsp. pratense)

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-50 cm.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro -CC BY-SA 4.0


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org

Wortels: Bovenaan knolvormig  verdikt.


Jm Launay - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengelvoet is knolvormig verdikt. Klein timoteegras vormt vaak losse pollen. Ook kruipt vaak een deel van de bebladerde stengels en vormt zo uitlopers.


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


http://sophy.tela-botanica.org/

Bladeren: De bleekgroene of grijsgroene bladeren zijn ruw en 3-8 mm breed. Vaak hebben ze een enigszins golvende rand. Het tongetje wordt 3-5 mm.


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


http://sophy.tela-botanica.org/


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is geelgroen of strokleurig, meestal niet langer dan 6 cm, cilindervormig en naar de top en naar de voet plotseling afgerond. De aartjes, zonder de naald, zijn 2-3 mm. De naalden van de kelkkafjes hebben een lengte van 0,5-1 mm.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Jm Launay - CC BY-SA 2.0 FR


Jm Launay - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot vaak kalkhoudende grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op zand).

Groeiplaatsen: Grasland, zeeduinen (duingrasland), opgespoten grond, bermen en dijken.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika en Europa, behalve in de meest noordelijke en oostelijke delen.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de duinen. Elders zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam.

Oude illustraties

(Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra