Wilde planten in Nederland en België

Kleinbladige wespenorchis - Epipactis microphylla

Frysk:

English: Small-leaved Helleborine

Français: Epipactis à petites feuilles

Deutsch: Kleinblättrige Stendelwurz

Synoniemen: Helleborine microphylla, Kleine wespenorchis

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam wespenorchis laat zich verklaren doordat bestuiving alleen door plooivleugelwespen plaatsvindt. Epipactis komt van het Griekse epi (op) en pegnumi (vast steken). De naam slaat op een andere plant met deze naam, die een woekerplant was. Microphylla betekent met kleine bladen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 20-40 cm.


Orchi -
CC BY-SA 3.0


Björn S... -
CC BY-SA 2.0


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een korte wortelstok, met meestal niet veel wortels.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Eén rechtopstaande, bloemdragende stengel. Deze is vrij rond, slank, vaak heen-en-weergebogen, zeegroen tot roodachtig aangelopen en draagt aan de voet losse aanliggende, spitse scheden.


Johan Neegers - Public Domain


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: Er zijn drie tot zes vrij kleine, grijsgroene, meestal violet aangelopen bladen. Ze zijn lijn-lancetvormig, korter dan het bovenstaande stengellid en grijsgroen, maar wel vaak violet aangelopen. De middelste bladen zijn eirond- tot lijn-lancetvormig. Deze bladen zijn het grootst, 2-3 cm lang, met korte scheden, maar ze zijn korter dan de stengelleden. De bovenste bladen zijn lijnvormig.


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Tina Azur - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn korter dan de vruchtbeginsels, maar de onderste even lang als deze. Ze zijn smal-lancetvormig, toegespitst, meestal roodachtig aangelopen en drienervig. De bloeiwijze is een ijle, aarvormige tros met vier tot twaalf (zelden tot vijftien), niet wijd openstaande, vrij kleine bloemen met ongeveer 0,75 cm lange, groenachtige, rood aangelopen, soms geel- of witachtige buitenste bloemdekbladen en met vijf bloembladen, die klokvormig samenneigen. De as van de bloeiwijze, de bloemsteeltjes en de vruchtbeginsels zijn dicht behaard. Het vruchtbeginsel is bijna tolvormig, stomp- driekantig, grijsgroen, tot violetrood aangelopen, gesteeld en naar de voet iets versmald.


Johan Neegers - Public Domain


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Orchi -
CC BY-SA 3.0


Ronald Werson -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een iets verlengde, hangende doosvrucht, die aan de voet weinig versmald is. Eenzaadlobbig.


svetlana-bogdanovich -
CC BY-NC 4.0


svetlana-bogdanovich -
CC BY-NC 4.0


Mario Vega Pérez -
CC BY-NC 4.0


antrum -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op matig voedselrijke, vochthoudende, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en bergbossen).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Luxemburg, de Duitse Eifel en de Belgische Ardennen.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Flora regni borussici, deel 7, A.G. Dietrich (1839)


Flore illustré de Nice et des Alpes-maritimes. Iconographie des Orchidées, J.B. Barla (1868)


Flora of the U.S.S.R. /Botanicheskii institut Akademii nauk SSSR, deel 4, V.L. Komarov

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL