Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleinbloemige amsinckia - Amsinckia micrantha

Frysk: Lytsblommige amsinckia

English: Small-flowered fiddleneck

FranÁais: Amsinckie de Menzies

Deutsch: Amsinckie

Synoniemen: Amsinckia menziesii, Amsinckia calycina

Familie: Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Amsinckia is vernoemd naar de Wilhelm Amsinck (1752Ė1831), burgemeester van Hamburg en beschermheilige van de botanische tuin in Hamburg. Micrantha betekent kleinbloemig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 20-50 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


cruydthoeck.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels


P.F. Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Eugene Zelenko - GFDL


Rictor Norton and David Allen -
CC BY 2.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn behaard en iets langwerpig.


Peter Hegi -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


cruydthoeck.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De lichtgele bloemen zijn ongeveer 0,5 cm. De kelk is 5-7 mm lang en wordt na de bloei maar weinig langer. De bloembuis is van binnen kaal. De meeldraden zitten in de keel (boven het midden) van de kroonbuis. Onderaan de bloeiwijze zitten meestal schutbladen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


Eugene Zelenko -
GFDL

Vruchten: Een splitvrucht. De zaden zijn 2-2Ĺ mm. Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op (matig) droge, matig voedselrijke, vrij kalkarme zandgrond. In standplaats komt zij sterk met Kromhals overeen, maar zij kan zich agressiever uitbreiden en verdraagt meer stikstofbemesting.

Groeiplaatsen: Akkers, bermen, omgewerkte grond en zeeduinen (langs duinpaden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het westen van Noord-Amerika. Met granen ingevoerd in Europa en op een aantal plaatsen ingeburgerd. Ook ingeburgerd in AustraliŽ en op een paar plaatsen in Zuid-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen. Het meest in de duinen (o.a. op Texel, Vlieland en Schouwen), aan de Veluwezoom en in Zuid-Nederland. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

Om haar eiwitrijkdom werd zij vroeger in Amerika wel als veevoer gebruikt, maar dit is riskant omdat de zaden en bladeren giftig zijn voor vee vanwege de alkaloÔden die ze bevatten en vanwege het hoge gehalte aan nitraten. De scherpe haren kunnen huidirritaties bij mensen veroorzaken. Jonge loten, zaden of bladeren werden door de Amerikaanse Indianen als voedsel gebruikt. Ook gebruikten zij de plant medicinaal.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Das Pflanzenreich, Borraginaceae - Borraginoideae - Cryptantheae, deel 252, H.G.A. Engler (1932)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL