Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleinbloemige salie - Salvia verbenaca

Frysk:

English: Wild Clary

FranÁais: Sauge fausse Verveine

Deutsch: Eisenkraut-Salbei

Synoniemen:

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Salvia komt van salvus (behouden, ongedeerd, nog in leven) en is dus een verwijzing naar de helende werking van de plant. Verbenaca (IJzerkruid) en is verwant met het woord Verbena (IJzerhard).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni, soms ook in september.

Afmeting: 10-50 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Javier martin - Public Domain

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn al dan niet vertakt en bovenaan beklierd.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De bladeren lijken veel op die van Veldsalie, maar dan kleiner. De onderste bladeren zijn langwerpig en bochtig veervormig gespleten tot gedeeld.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen ijle of dichte schijnkransen met zes tot tien bloemen. Ze zijn blauw, iets paarsig of lila en 0,6-1 cm. Gewoonlijk hebben ze witte vlekken in de keel. De kelk is 6-8 mm, met een afgeronde, zeer zwak drietandige bovenlip.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een splitvrucht. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Ans Gorter -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge, matig voedselrijke, kalkhoudende, goed gedraineerde zandgrond.

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, grasland en ruigten (kalkrijke ruigten).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Schotland en Nederland. Ingeburgerd in o.a. AustraliŽ.

Nederland: Zeer zeldzaam, o.a. in Zeeland en bij Lauwersoog. Vroeger ook in het rivierengebied in het oosten van Gelderland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Wilde Scharleye
Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Paradisus batavus, P. Hermann (1698)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL