Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine bergsteentijm - Clinopodium calamintha

Andere namen

Frysk:

English: Lesser Calamint

Français: Calament nepeta

Deutsch: Kleinblütige Bergminze

Verouderde of andere namen: Clinopodium nepeta subsp. glandulosa, Calamintha nepeta, Satureja calamintha,
Kleinbloemige steentijm, Grijze steentijm

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Geslacht: Clinopodium (Borstelkrans)

Soort: Clinopodium calamintha

Naamgeving (Etymologie): Clinopodium is Oud-Grieks voor voetenbankje en komt van van klinoo (neerliggend) en podion (voetje), d.w.z. planten met een liggende stengel. Clinopodium verwijst naar de harige schutbladen, die een bankje voor de bloemen vormen. Waarschijnlijk werd echter vroeger tijm met deze naam bedoeld. Calamintha is afgeleid van het Griekse kalame (halm of stoppel) en menthe (munt).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-60 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


George Fowler - CC BY-SA 2.0 FR


© Erik van Dijk - CC BY-NC-ND 3.0

Wortels: Een lange kruipende wortelstok.


europeana.eu - CC BY-SA 3.0


europeana.eu - CC BY-SA 3.0

   

Stengels: De rechtopstaande, behaarde stengels zijn vaak vertakt.


© Claud Biemans - verspreidingsatlas.nl


© Jaco Walhout - CC BY-NC-ND 3.0


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0

Bladeren: De grijsgroene bladeren zijn 1-2 cm, eirond, zwak getand met twee tot vijf paar ondiepe tanden of ze zijn vrijwel niet getand. Ze zijn gesteeld en de zijnerven buigen van het blad af voor de bladrand.


George Fowler - CC BY-SA 2.0 FR


George Fowler - CC BY-SA 2.0 FR


© Jan Zwienenberg - CC BY-NC-ND 3.0


© Peter Meininger - CC-BY-NC-SA-3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in kransen in een ijl bebladerde aar. Ze zijn wit of bleekroze, nauwelijks gevlekt en 0,9-1,5 cm. De kelk is 4-6 mm. De bovenste tanden zijn een 0,5-1 mm en de onderste 1-2 mm. De haren (haarkrans) in de keel van de kelkbuis steken min of meer naar buiten.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


George Fowler - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een splitvrucht. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwd, warme plaatsen op droge, matig voedselarme, stenige grond.

Groeiplaatsen: Rotsige hellingen, struwelen, heggen (kalkrijke zomen), wallen, oude muren, grasland (ruig grasland), waterkanten (grindrijke rivieroevers) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Europa. Ook in bergstreken in Zuid- en Midden-Europa en in het oosten van Groot-Britttanië. Oorspronkelijk noordelijk tot in Noord-Frankrijk.


gbif.org

Kleine bergsteentijm (Clinopodium calamintha)


gbif.org

Calamintha nepeta

Nederland: Zeldzaam in o.a. Zuid-Limburg en in enkele stedelijke gebieden. Ingeburgerd na 1900.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Mogelijk zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra