Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine klaver - Trifolium dubium

Andere namen

Frysk:

English:

Français:

Deutsch:

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Trifolium (Klaver)

Soort: Trifolium dubium

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnsche tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. Dubium betekent twijfelachtig of onzeker.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 5-30 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Petr1888 - CC BY-SA 4.0

Wortels: Met wortelknolletjes.


Dean Wm. Taylor- CC BY 2.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De liggende tot rechtopstaande, ronde stengels zijn vertakt en verspreid behaard.


Dr. Marco Iocchi - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


http://www.kuleuven-kulak.be/


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn drietallig, kort gesteeld en hebben langwerpig omgekeerd eironde deelblaadjes met een afgeronde tot iets hartvormige top. De twee zijdelingse deelblaadjes zijn vrijwel zittend, maar het middelste heeft gewoonlijk een steeltje van 1-2 mm. De eerstgevormde bladeren hebben een zittend topblaadje. De beide steunblaadjes zijn langwerpig-eirond. Aan de top zijn ze plotseling toegespitst en aan de voet zijn ze met de bladsteel vergroeid.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kenraiz - CC BY-SA 3.0


http://www.kuleuven-kulak.be/

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijzen groeien vanuit de bladoksels en ze bevatten drie tot twintig bloemen. Ze zijn 6-9 mm en staan op stevige, weinig of niet gebogen stelen. De afzonderlijke bloemen hebben een heel kort steeltje. De matgele bloemen zijn 3-3½ mm, maar na de bloei worden ze strobruin. De vlag is zwak geplooid en duidelijk langer dan de andere kroonbladen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met een stijl en stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


TeunSpaans - CC BY-SA 3.0


Aiwok - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De peulen zijn eivormig en bevatten meestal maar één zaadje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Catherine Mahyeux - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig bemeste, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Grasland (laagblijvend grasland, weiland, gazons en hooiweiden), bermen, langs schelpenpaadjes, zeeduinen (betreden of beweide terreinen), dijken en afgravingen (leemgroeven).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het noordoosten. Ook in Zuidwest-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra