Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine knotszegge - Carex hartmanii

Andere namen

Frysk: Skylger sigge

English: Hartmans Star

Français: Laîche de Hartman

Deutsch: Hartmans Segge

Verouderde of andere namen: Schellingerzegge

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex hartmanii

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Hartmanii is genoemd naar de Zweedse botanicus Carl Vilhelm Hartman (1862-1941).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-70 cm.


Panek - CC BY-SA 3.0 pl


© Biopix: JC Schou


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0

Stengels


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bladeren: De bladen lijken sterk op die van Knotszegge, maar missen de blauwige tint.


Daderot - CC0


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bovenste aar heeft aan de voet slechts enkele mannelijke bloemen, waardoor deze bij vruchtrijpheid nauwelijks knotsvormig is, maar meer kort cylindervormig. De andere drie of vier aren zijn vrouwelijk. De bovenste aren zitten dicht tegen de topaar aangedrukt.


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn 2-3 mm lang en duidelijk generfd. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar).


© Roel van Bezouw - CC BY-NC-ND 3.0


© Jillis Roos - CC BY-NC-ND 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige, voedselarme, zwak zure grond (duinzand en laagveen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien) en grasland (schraal grasland dat pas tegen de herfst wordt gemaaid).

Verspreiding

Wereld: Noord-Amerika (op slechts één plek in het oosten), Noord-Azië en Oost-, Noord- en Midden-Europa, westelijk tot in Duitsland. Voorposten op het Oost-Friese Waddeneiland Borkum en op Terschelling.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam op Terschelling.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra