Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine leeuwentand - Leontodon saxatilis

Andere namen

Frysk: Guozzetonge

English: Lesser Hawkbit

Français: Liondent à tige nue

Deutsch: Hundslattich

Verouderde of andere namen: Leontodon taraxacoides, Leontodon nudicaulus, Thrincia hirta

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Leontodon (Leeuwentand)

Soort: Leontodon saxatilis

Naamgeving (Etymologie): Leontodon komt van het Griekse leon (leeuw) en odons (tand), naar de puntige slippen van de bladrand. Saxatilis betekent van rotsen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig, maar soms eenjarigof overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-25 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose - CC BY 2.0

Wortels: Een korte wortelstok die vaak meer koppen heeft waardoor soms dicht opeengedrongen bundels van rozetten ontstaan.


Harry Rose - CC BY 2.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande of boogvormig opstijgende stengels zijn niet vertakt en zonder bladeren en schubben. Onder de hoofdjes zijn de stengels nauwelijks verdikt. Ze kunnen zowel behaard als vrijwel kaal zijn.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bladeren: De bladeren groeien in een bladrozet. De behaarde (met enkelvoudige en gaffelvormige haren) bladeren zijn smal langwerpig met de grootste breedte boven het midden. Ze zijn gaafrandig tot veerspletig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Cor Nonhof - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De gele, alleenstaande bloemhoofdjes groeien aan het eind van de stengel. Voor de bloei knikt de bloem naar beneden. Zezijn 1,2-2 cm. De buitenste lintbloemen hebben aan de onderkant een groenige tot blauwgrijze hoogtestreep. Het vruchtbeginsel is onderstandig met een stijl en: twee stempels. Het omwindsel is urnvormig en bestaat uit een rij bootvormige, zwartgerande blaadjes en enkele zeer kleine priemvormige buitenomwindselblaadjes. De kale of maar weinig behaarde omwindselbladen zijn ongeveer 7-11 mm groot.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0


http://www.kuleuven-kulak.be/

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De randzaden zijn gekromd, niet gesnaveld en hebben vruchtpluis van schubben. De andere zaden zijn vrij recht en hebben een tot ongeveer 1 mm lange snavel. Het vruchtpluis bestaat uit twee rijen haren: een buitenste rij van een klein aantal aan de voet verbrede haren en een binnenste rij van geveerde haren. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, min of meer verdichte, neutrale (zwak zure tot kalkrijke) grond. De plant verdraagt enig zout (zand, leem, zavel, lichte klei en stenige plaatsen, zelden op veen).

Groeiplaatsen: Bermen ('s winters gepekelde wegen en langs zandwegen), dijken, zeeduinen (duinhellingen, duinvalleien en laag blijvend duingrasland), grasland (grasvelden, glooiingen in reliëfrijk, weiland, ook iets zilt en overgangen van moeras naar grasland), afgravingen (leem-, zand- en kleigroeven), opgespoten grond (kalkrijk zand), ijsbaantjes, heide (leemkuilen), waterkanten (slootkanten in veenweidegebied) en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Hoofdzakelijk in West-Europa. Ook op de Canarische eilanden en de Azoren en op verspreide plaatsen in Midden-Europa. Ingevoerd in Noord- en Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen, vooral in de duinen, maar zeldzaam in het noordoosten van het land en in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de duinen en vrij algemeen in de Kempen. Elders vrij zeldzaam tot zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam tot zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra