Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine maagdenpalm - Vinca minor

Andere namen

Frysk: Frisselgrien

English: Dwarf Periwinkle

Français: Petite pervenche

Deutsch: Kleines Immergrün

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Gentianales

Familie: Apocynaceae (Maagdenpalmfamilie)

Geslacht: Vinca (Maagdenpalm)

Soort: Vinca minor

Naamgeving (Etymologie): Vinca komt van het Latijnse vincere (binden) of vincula (band) en verwijst naar de lange, slingerende takken, maar het kan ook afkomstig zijn van vinco (ik overwin), in dit geval de winter, omdat de plant altijd groen blad heeft. Minor betekent kleiner.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid of halfstruik.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: April en mei, maar ook (meestal met slechts enkele bloemen) in januari, februari, maart, juni, juli, augustus, september, oktober, november en december.

Afmeting: 15-50 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Op de knopen wortelend.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De lange, gladde stengels kruipen over de grond. De bloeiende takken staan echter vrij rechtop. Grote groepen vormend.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


G.Hagedorn - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De tegenoverstaande,  vaak  wat  glimmende bladeren zijn wintergroen. Ze zijn kaal, kort gesteeld, leerachtig, elliptisch tot langwerpig, vrij spits en met een kale rand. De bladrand is gaaf.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien op 1-2 cm lange stelen in de bladoksels. Eén bloem per bladpaar. De kroon is vijftallig, lichtblauw en 2-3 cm. De bloemen zijn trompetvormig. De kelk is diep gespleten in vijf, vrij lange kelkslippen. De stijl is aan de top verbreed. Korte, kromme meeldraden. Het vruchtbeginsel bestaat uit twee hokken die aan de voet vergroeid zijn. Naast het vruchtbeginsel staan gele honingklieren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De tot 2½ cm lange, langwerpig-buisvormige kokervruchten bevatten twee of drie zaden, maar in onze omgeving wordt maar zelden zaad gevormd. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, humeuze, zwak zure tot kalkhoudende grond (leem en lemig zand) met een goed verterende strooisellaag.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en bij buitenplaatsen), houtwallen, hakhout, heggen, struwelen, langs holle wegen, hellingen, rotsachtige bodems en langs spoorwegen (spoorbermen).

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa, noordwestelijk tot in Nederland en Engeland, zuidelijk tot Noord-Spanje en Zuid-Italië en oostelijk tot in het Zwarte-Zeegebied. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika, Schotland en Zuid-Zweden.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Twente, de Achterhoek en bij Nijmegen. Elders voor het grootste deel niet oorspronkelijk wild, maar verwilderd en ingeburgerd vanuit tuinen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevierd (archeofyt).Beschermd.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zalgemeen in de Leemstreek en de Voerstreek. Elders zeldzamer en vaak verwilderd vanuit tuinen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Als altijdgroene plant werd en wordt hij op begraafplaatsen aangeplant, vroeger speciaal op graven van jong gestorven meisjes. Ook dienden kransen van Maagdenpalm als hoofdtooi, onder meer op bruiloften. Voor de Romeinen was Maagdenpalm het symbool van onsterfelijkheid. Zij vlochten kransen voor hun godsdienstige ceremoniën, maar 'kroonden' met deze kransen ook het hoofd van ter dood veroordeelden. Deze gewoonte bleef tot in de middeleeuwen bestaan. In de veertiende eeuw werd een mengsel van maagdenpalm en gemalen wormen aanbevolen als een uitstekend middel om de liefde tussen man en vrouw aan te wakkeren! Bij heesheid, neusbloedingen, buikloop en kiespijn zou de plant ook goed doen. Een Middeleeuws voorschrift zegt: 'cuwet den wortel van vincworten ende houdet al stille in den mont'. Grote en Kleine Maagdenpalm zijn beide al lang in gebruik bij de behandeling van maagstoringen, maar dit moet beslist onder medisch toezicht gebeuren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra