Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine pimpernel - Sanguisorba minor subsp. minor

Andere namen

Frysk: Lytse pimpernel

English: Salad Burnet

Français: Petite pimprenelle

Deutsch: Kleiner Wiesenknopf

Verouderde of andere namen: Poterium sanguisorba, Klein sorbenkruid

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Sanguisorba (Pimpernel)

Soort: Sanguisorba minor ssp. minor

Naamgeving (Etymologie): Pimpernel komt van het Latijnse piperinus (als van peperkorrels), naar de vorm van de vruchten. Sanguisorba betekent bloedkruiden is afgeleid van sanguis (bloed) en sorbere (slurpen). Die naam staat in verband met het vroegere gebruik als bloedstelpend middel, maar volgens sommige anderen dachten de mensen vroeger dat het eten van deze plant door koeien, de melk bloederig zou kleuren. Minor betekent kleiner.

Opmerking: Moespimpernel (Sanguisorba minor subsp. balcarica of Sanguisorba minor subsp. polygama) wordt gekweekt als keukenkruid en kan ook verwilderd in bermen en op dijken voorkomen. De stengel is onderaan kaal of soms behaard. De blaadjes zijn meestal gesteeld, zelden zittend. De bloemhoofdjes zijn eivormig, zelden bolvormig. Schijnvrucht 3-8 mm lang, smal tot breed gevleugeld, bezet met rondachtige of scherpe verhogingen.


© Loes van Gorp - verspreidingsatlas.nl


© Loes van Gorp - verspreidingsatlas.nl


© Loes van Gorp - verspreidingsatlas.nl


© Wim Rubers - CC BY 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een penwortel.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande bloeistengels zijn behaard. Polvormend.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande,  grijsgroene bladeren zijn oneven  geveerd. De onderste bladeren met negen tot soms eenendertig eivormige deelblaadjes met aan beide kanten vier tot acht spitse tanden. De hoogste blaadjes zijn 0,5-2 cm en rond tot eivormig. De gelobde  of gezaagde  deelblaadjes zijn zittend tot kort gesteeld.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bolvormige bloemhoofdjes zijn 1-2 cm. De bovenste bloemen hebben roodachtige stijlen, de vier  bloemdekbladen zijn groenachtig en vaak paarsrood aangelopen. Elke bloem bevat tien tot dertig hangende meeldraden. Ze zijn drie tot vijf keer zo lang als de kelkbladen. De bovenste bloemen zijn vrouwelijk, de onderste mannelijk. De helmknoppen zijn geel, maar worden later bruin.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op min of meer droge, voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, kalkrijke en vaak humusarme grond (mergel, zavel, zandige rivierklei, duinzand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duingrasland en laagblijvend duinstruweel), struwelen, grasland (schraal grasland, kalkgrasland en kalkrijk hellinggrasland), bermen, dijken (rivierdijkgrasland), hoge delen van uiterwaarden, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa. Niet in het hoge noorden. Ook in Noord-Afrika en Zuidwest-Azië. Vanaf Turkije tot in Centraal-Azië is het een andere ondersoort. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika.


gbif.org

Kleine pimpernel (Sanguisorba minor subsp. minor)


gbif.org

Kleine pimpernel (Sanguisorba minor)

Nederland:

Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeldzaam in het rivierengebied, het zuidoosten en in de Hollandse duinen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.
Moespimpernel: Mogelijk inburgerend.

Kleine pimpernel (Sanguisorba minor subsp. minor)

verspreidingsatlas.nl

Kleine pimpernel + Moespimpernel (Sanguisorba minor)

verspreidingsatlas.nl

Moespimpernel (Sanguisorba minor subsp. balearica)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in het Maasgebied en de Voerstreek. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen in het Maasgebied en Lotharingen en vrij zeldzaam in het Ardens district. Elders zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra