Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Kleine rupsklaver - Medicago minima

Frysk:

English: Bur Medick

Français: Luzerne naine

Deutsch: Zwergschneckenklee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Medicago komt van het Latijnse medicus of medica (van Medië afkomstig). Minima betekent zeer klein of de kleinste.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-40 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De meestal opstijgende, maar soms rechtopstaande of liggende stengels zijn zijdeachtig behaard.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De blaadjes zijn drietallig. De 0,5 cm grote deelblaadjes zijn eirond met een afgeronde top en een wigvormige voet. De langwerpige steunblaadjes zijn niet of zwak getand.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een bloeiwijze met één tot zes bloemen. Deze is langer gesteeld dan die van Gevlekte rupsklaver. De bloemen zijn lichtgeel en worden 3-4½ mm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een doosvrucht. De 3-5 mm lange peulen zijn bolvormig, viltig en klierachtig behaard, met drie tot vijf zwak netvormig geaderde, gesteelde windingen. De stekels zijn slank en tot het eind bijna recht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke grond (zand, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (langs duinpaden, grasland en binnenduinweiland), dijken (kanaaldijken), grasland (kalkgrasland), langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, opgespoten grond (kalkrijk zand) en waterkanten ('s zomers droogvallende rivierstrandjes en langs grindgaten).

Verspreiding

Wereld: Europa. Noordelijk tot in Engeland en Zuid-Zweden. Ook in Noord-Afrika (Atlasgebergte), Zuidwest-Azië en China. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië.

Nederland: Zeldzaam in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse duinen en zeer zeldzaam langs de Maas en de Waal in Limburg en in de rest van Zeeland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de duinen en langs de rivieren.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen en langs de Maas en de Vesder.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra