Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kleine varkenskers - Coronopus didymus

Andere namen

Frysk: Fine bargekers

English: Lesser Swine-cress

Français: Corne de cerf didyme

Deutsch: Zweiknotiger Krähenfuß

Verouderde of andere namen: Lepidium didymum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Brassicales

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Geslacht: Coronopus (Varkenskers)

Soort: Coronopus didymus

Naamgeving (Etymologie): Coronopus betekent kraaienpoot. Het is afgeleid van koroone (kraai) en poes (voet). Didymus betekent dubbel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 8-40 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0

Wortels


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De sterk vertakte stengels liggen op de grond, vormen een matje of groeien tussen andere planten omhoog.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Han Beeuwkes - verspreidingsatlas.nl


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0

Bladeren: De in omtrek ovale bladeren zijn fijn geveerd. Ze verspreiden een scherpe reuk.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vier witte kroonbladen zijn priemvormig, zeer klein (ongeveer 0,5 mm) en iets korter dan de kelkbladen. Soms ontbreken de kroonbladen. Elke bloem heeft twee meeldraden. De bloemstelen zijn langer dan de bloemen.


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De gladde hauwtjes zijn ongeveer 1½ mm lang en 1-2½ mm breed. Bovenaan zijn ze iets ingesneden. Het vruchtsteeltje is ongeveer even lang als het hauwtje. Tweezaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak verdichte, betreden of steenachtige grond (zand gemengd met veen of klei, zavel, leem en stenige plekken).

Groeiplaatsen: Braakliggende grond, akkers (akkers en akkerranden), plantsoenen, tussen straatstenen, kwekerijen, begraafplaatsen, boomgaarden, langs grindpaden of trottoirs naast grasvelden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een warm of gematigd klimaat.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, voornamelijk in stedelijke gebieden in het westen en zuiden, maar zeer zeldzaam in het noordoosten, Flevoland en Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Ingeburgerd in de 18de eeuw.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in het westen en vrij zeldzaam in het oosten. De soort heeft zich zeer sterk uitgebreid.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra