Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine biesvaren - Isoetes echinospora

Frysk: Lyts ruskfearke

English: Spiny-spored Quillwort

FranÁais: IsoŤte ŗ spores ťpineuses

Deutsch: Igelsporiges Brachsenkraut

Synoniemen: Isoetes setacea, Isoetes tenella, Stekelbiesvaren

Familie: Isoetaceae (Biesvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Iso etes komt van het Griekse isos (gelijk) en etos (jaar. van het hele jaar gelijkblijvend, doordat zij steeds groen blijft). Echin ospora betekent stekelsporig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 5-25 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


W. Carl Taylor - Public Domain


jamie_fenneman -
CC BY-NC 4.0


Antonio Mazzoli -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: De bruinachtige wortels zijn gaffelvormig vertakt.


Norma Malinowski -
CC BY-NC 4.0


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


Valerii Glazunov -
CC BY 4.0


@ Jens Christian Schou -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De tweelobbbige, tot 12,5 mm dikke stengels groeien onder water. De lobben van het stammetje hebben na vervelling geen groeven. De planten groeien in kleine groepjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jean-Christophe Rague -
CC BY-SA 2.0 FR


Valerii Glazunov -
CC BY 4.0

Bladeren: De lichtgroene bladeren groeien in een rozet. Ze worden 5 tot 12 cm lang en tot 1Ĺ mm breed. Ze zijn doorschijnend lichtgroen en onderaan wit. Verder zijn ze afgerond driehoekig, vaak gekromd, buigzaam, vrij slap en lopen in een fijne punt uit. Vaak kleven ze aaneen (slap) als de plant uit het water wordt getild. Bladen van zowel Grote als Kleine biesvaren hebben 4 luchtkanalen. In de herfst laten de bladen los en gaan dan drijven.


Jean-Christophe Rague -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Christophe Rague -
CC BY-SA 2.0 FR


Antonio Mazzoli -
CC BY-NC-ND 4.0


Antonio Mazzoli -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: De bolronde sporen zijn wit met vele, dicht opeen geplaatste, kegelvormige, dunne broze stekeltjes. De macrosporen zijn kleiner dan die van Grote biesvaren. De microsporen hebben uitstekende kammen met bijna gladde vlakjes er tussen. Het dekvliesje is onvolledig.


© George Yatskievych - discoverlife.org


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


© George Yatskievych - discoverlife.org


Paul Skawinski -
CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in helder, voedselarm, zwak zuur water met een veenachtige- of zandbodem. De plant groeit meestal in het water op grotere diepte dan 1 meter.

Groeiplaatsen: Water (bodems van grotere heidevennen).

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Alleen in Noord-Europa en Zuidoost-Canada wat meer algemeen.

Nederland: Zeer zeldzaam in Noord-Brabant Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Mogelijk nog zeer zeldzaam in de Limburgse Kempen. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 23, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1911)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Journal of botany, British and foreign, deel 1, B. Seemann, W.H. Fitch (1863)


American fern journal, deel 48 (1958)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL