Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine duizendknoop - Persicaria minor

Frysk: Lytse readskonk

English: Small water-pepper

FranÁais: Renouťe fluette

Deutsch: Kleiner KnŲterich

Synoniemen: Polygonum minus, Polygonum minor

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam duizendknoop komt van de plaatselijke verdikkingen op de stengel (de knopen). Persicaria betekent perzikkruid (de bladeren lijken op die van de Perzik). Minor betekent kleiner.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-40 cm.


© Maarten Langbroek - verspreidingsatlas.nl


Bernd Gliwa -
CC BY-SA 2.5


Enrico Blasutto -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De dunne, tere en vertakte stengels liggen onderaan vaak op de grond of ze zijn opstijgend. Op de knopen zie je een behaard tuitje.


© Maarten Langbroek - verspreidingsatlas.nl


Enrico Blasutto -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


bertrant.bui -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn smal langwerpig, 5-8 mm breed, spits en nauwelijks gesteeld. De grootste breedte vind je bij de bladvoet, daar versmalt het plotseling en is min of meer afgerond. Het blad is vijf tot tien keer zo lang als breed.


Fornax -
CC BY-SA 3.0


Mathieu Menand -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Aan de top van de stengel vind je de aarvormige bloeiwijze. De rechtopstaande aren zijn losbloemig. De bloemen zijn paarsrood of soms wit, met vier of vijf bloemdekbladen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met twee stijlen.


© Maarten Langbroek - verspreidingsatlas.nl


James Lindsey -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


bertrant.bui -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De dopvruchten zijn ca. 2 mm. De zaden zijn glanzend zwart. Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselarme tot voedselrijke, stikstofrijke, vaak kalkarme, sterk humeuze, niet te zware grond (meestal venige grond). Vaak op plekken met een dalende waterspiegel in de lente en zomer, zodat er open plekken ontstaan waar de soort kan kiemen.

Groeiplaatsen: Akkers, bossen (drassige bospaden, waterkanten (droogvallende plaatsen, o.a. langs vijvers, greppels en op slootbagger langs regelmatig geschoonde sloten) en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en AziŽ. Ingeburgerd in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika.

Nederland: Vrij zeldzaam in laagveengebieden, in het rivierengebied en in het oosten en midden van het land. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in de Kempen.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Cleyne Hertstonghe
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL