Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine honingklaver - Melilotus indicus

Frysk:

English: Annual yellow sweetclover

FranÁais: Mťlilot des Indes

Deutsch: KleinblŁtiger Steinklee

Synoniemen: Melilotus indica, Kleinbloemige honingklaver

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Honingklaver bevat veel nectar, vandaar de Nederlandse naam. Melilotus bestaat uit de Griekse woorden meli (honing) en lotus (klaver). Indicus betekent Indiase.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-40 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Wortels: Een penwortel.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0

Bladeren: Kleine honingklaver heeft smallere deelblaadjes dan Citroengele honingklaver. Ze zijn drietallig. De steunblaadjes aan de voet zijn vaak iets getand.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Dichte, korte trossen met lichtgele bloemen, die ongeveer half zo lang zijn als die van de andere honingklavers (2-3 mm). De vlag is iets langer dan de zwaarden en de kiel.


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De 1Ĺ-3 mm lange peulen zijn bijna bolvormig, sterk netvormig geaderd en kaal. Rijpe vruchten zijn olijfgroen. Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte tot vochtige, voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, waterkanten (strandjes en grindgaten langs rivieren en pas drooggevallen plaatsen langs de Maas), ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten) en langs spoorwegen (tussen grind op spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Nu in alle werelddelen.

Nederland: Zeldzaam in Zuid-Limburg langs de Maas, het aangrenzende rivierengebied en in stedelijke omgeving. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd, o.a. langs de Maas.
WalloniŽ:
Mogelijk zeer zeldzaam ingeburgerd langs de Maas.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Plantae officinales, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck, A. Henry (1828-1833)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Flore mťdicale, deel 4, F.P. Chaumeton (1830)


Herbier de la France, deel 7, P. Bulliard (1776-1783)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL