Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine maanvaren - Botrychium simplex

Frysk:

English: Little Grapefern, Least moonwort

FranÁais: Petit botryche

Deutsch: Einfache Mondrauke

Synoniemen: Botrychium tenebrosum

Familie: Ophioglossaceae (Addertongfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Botrychium komt van het Griekse bostrychion (druivenrank). Vooral de nog niet geheel ontwikkelde vruchtbare bloeiwijzen doen aan een druiventros denken, terwijl de omgekrulde toppen er als kleine ranken uitzien. Simplex betekent enkelvoudig, onvertakt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni en juli.

Afmeting: 5-25 cm.


Jason Hollinger -
CC BY 2.0


Samuel Brinker -
CC BY-NC 4.0


Kaleb Goff -
CC BY-NC 4.0


Don Sutherland -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Een korte wortelstok met vlezige wortels, die bedekt zijn door enkele vliezige bruine schubben van de resten van afgestorven bladeren.


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC0-1.0


lod.ansp.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Een rechtopstaande stengel.


mhays -
CC BY-NC 4.0


mhays -
CC BY-NC 4.0


Ryne Rutherford -
CC BY-NC 4.0


Samuel Brinker -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: Het onvruchtbare bladdeel is langwerpig en staat schuin opzij. Het is diep ingesneden met aan beide kanten drie tot zeven waaiervormige gekartelde deelblaadjes, die vaak veel breder dan lang zijn. Het onvruchtbare deel van het blad heeft een duidelijke steel.


Susan Fawcett -
CC BY-NC 4.0


Susan Fawcett -
CC BY-NC 4.0


mhays -
CC BY-NC 4.0


Sarah Vinge-Mazer -
CC BY-NC-SA 4.0

Vruchten: Het vruchtbare deel van het blad is gesteeld en meestal langer dan het onvruchtbare. Meestal is het dubbel geveerd met pluimvormige bruine sporenaren.


Annie Zell -
CC BY-NC 4.0


Tanya Harvey -
CC BY-NC 4.0


catchang -
CC BY-NC 4.0


Bobby -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde plaatsen op vrij vochtige tot vochtige, voedselarme, met name stikstofarme grond.

Groeiplaatsen: Zeeduinen, moerassen (duinmoeras), vochtig grasland, veengebieden en waterkanten (langs sloten).

Verspreiding

Wereld: Midden- en Noord-Europa en Noord-Amerika.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Verdwenen. In 1908 gevonden bij Knokke.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Icones filicum, deel 1, W.J. Hooker, R.K. Greville (1831)


American fern journal, deel 16 (1926)


The American journal of science and arts, deel 6 (1818-1885)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL