Kleine valeriaan - Valeriana dioica

Frysk. Lytse faleriaan

English. Marsh Valerian

Français. Valériane dioïque

Deutsch. Kleiner Baldrian

Synoniemen:

Familie. Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Naamgeving (Etymologie). Valeriana komt van het Latijnse woord valere (gezond zijn of zich wel bevinden). Dioica betekent tweehuizig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm. Geofyt.

Hoofdbloei. April en mei.

Afmeting. 15-30 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Atriplexmedia - cc by-sa 3.0


TeunSpaans - Public Domain

Wortels. In groepen groeiend. Een horizontale, rijk bewortelde wortelstok met uitlopers.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels. Meestal staan de stengels met enkele bij elkaar. Ze staan rechtop en zijn iets behaard op de knopen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren. De wortelbladen zijn voorzien van lange stelen en zijn niet gedeeld. Ze zijn eirond tot elliptisch, niet getand en heldergroen. De onderste stengelbladen zijn liervormig ingesneden. De bovenste zijn meestal zeventallig veerdelig met lancetvormige deelblaadjes. Ze zijn meestal niet gesteeld.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Thierry Pernot - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen. Eenslachtig. Tweehuizig. De bloemen groeien in schermvormige ronde kluwens. Ze zijn roze of soms wit en 2-4 mm. De helmknoppen zijn paars. Mannelijke bloemen zijn groter dan de vrouwelijke. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl (mannelijk)


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl (vrouwelijk)


Ruud Beringen - cc by-nc-sa 3.0 nl (vrouwelijk)


Ruud Beringen - cc by-nc-sa 3.0 nl (mannelijk)

Vruchten en zaden. Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn kaal. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


James Lindsey - cc by-sa 3.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


G.van Ginkel - cc by-nc-nd 4.0


©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem. Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot meestal natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, zwak tot matig zure grond met invloed van (vaak basisch) kwelwater. Zoutmijdend (veen, humeus zand en leem).

Groeiplaatsen. Moerassig grasland. blauwgrasland, moerasbossen, langs natte bospaden, slootkanten, beekdalmoerasjes, brongebieden, trilveen, verlandingsvegetaties, heidemoerasjes en oudere duinvalleien.

Verspreiding

Wereld. Oorspronkelijk uit West- en Midden-Europa. Een andere ondersoort groeit in Centraal Azië en in noordelijk Noord-Amerika.

Nederland. Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen. Inheems. Zeldzaam.

Wallonië. Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl