Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine vlotvaren - Salvinia natans

Frysk: Lytse driuwfear

English: Waterfern

FranÁais: Salvinie nageante

Deutsch: Schwimmfarn

Synoniemen:

Familie: Salviniaceae (Vlotvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Salvinia is genoemd naar naar Anton Maria Salvini, professor te Florence (1653-1729). Natans betekent zwemmend of drijvend.

Een andere soort: Grote vlotvaren (zie onderaan deze pagina).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Rijpe sporen: September en oktober.

Afmeting: 4-8 cm.


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Le.Loup.Gris -
CC BY-SA 3.0


Dinkum -
CC BY-SA 3.0


Czonek - Public Domain

Wortels: Het plantje heeft geen wortels, maar ingesneden, afhangende bladeren die water en voedingsstoffen opnemen.


danamihaimileazachi -
CC BY-NC 4.0


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR


Vladimir Travkin -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De dunne, draadvormige stengels zijn iets veervormig vertakt, dicht behaard en worden 2 tot 8 cm lang.


Aliaksandr Mialik -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Alina Romanyuk -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De bladen staan in afwisselende kransen, aan de rugzijde draagt de stengel telkens op 2 a 3 mm afstand, ongedeelde, drijvende luchtbladen, aan de onderzijde een ondergedoken, wortelachtig-vertakt wortelblad. De variabele, drijvende, 1Ĺ bij Ĺ cm grote, lichtgroene bladen hebben een zeer kort steeltje. Ze zijn kort gesteeld, langwerpig met een ronde top en een iets hartvormige voet of rond tot elliptisch. Zij bedekken elkaar met de randen en zijn van boven licht-blauwgroen. Aan de bovenkant groeien wratachtige knobbels met korte haarbundeltjes, aan de onderkant zijn ze dicht behaard en donkerder van kleur, vaak bruin- of roodachtig. De bovenzijde van de drijvende bladen wordt niet door water bevochtigd, doordat de lucht wordt vastgehouden, die tussen de haren zit. Het onderwaterblad is sterk verdeeld in haarvormige slippen verdeeld en lijkt op wortels. Zij hebben vele wijde, in twee verdiepingen gerangschikte luchtkamers.


Le.Loup.Gris -
CC BY-SA 3.0


Le.Loup.Gris -
CC BY-SA 3.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


Le.Loup.Gris -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De sporen groeien in 2 tot 6 bolvormige, behaarde, vliezige en eenhokkige omhulsels van 2 tot 3 mm. Ze zijn allemaal even groot en springen niet open. De sporenkapsels staan aan de voet van het waterblad.


Kenraiz -
GFDL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Anja -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen in stilstaand of langzaam stromend, ondiep, matig voedselrijk, zoet water.

Groeiplaatsen: Water (vijvers, sloten en kanalen, op houtvlotten).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa en Oost-AziŽ (o.a. in Japan).

Nederland: Waarschijnlijk verdwenen. Ingeburgerd in de 19de eeuw. Meestal onbestendig (vaak aangevoerd met balken).

Vlaanderen Verdwenen. Vroeger in de Kempen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Das Pflanzenreich, Hausschatz des Wissens, Ernst Gilg, Karl Schumann (1900)


Botanische Unterhaltungen zum VerstšndniŖ der heimathlichen Flora, B.A. Auerswald en E.A. RoŖmšŖler (1858)


Repršsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erlšuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Nova plantarum genera junxta Tournefortii methodum disposita, P.A. Micheli (1729)


An illustrated flora of the northern United States, Canada and the British Possessions, deel 2, N.L. Britton en A. Brown (1913)

Grote vlotvaren - Salvinia molesta

Deze soort komt soms verwilderd voor in Nederland en BelgiŽ, maar houdt hier geen stand.
De volgroeide bladen van Grote vlotvaren zijn groter, breder en gedeeltelijk samengevouwen met een uitgerande top, maar lijken in onvolgroeide staat veel op die van de Kleine vlotvaren. Ze zijn bij beide soorten lichtgroen. De drijfbladen van de laatste meten in volwassen staat 0,9 x 1,4 cm, zijn langwerpig met een ronde top en hebben een iets hartvormige voet. Beide, heterospore varens, kunnen zich zowel vegetatief en generatief uitbreiden. Deze vlotvaren stamt oorspronkelijk uit Zuidoost-BraziliŽ en ArgentiniŽ en komt tegenwoordig verspreid voor over delen van Europa en over grote delen van OceaniŽ, Afrika, tropisch AziŽ en Amerika. Evenals Kleine vlotvaren is het huidige, onbestendige voorkomen te danken aan weggooide aquariumplanten en komen de vindplaatsen verspreid voor door heel het land. De beide soorten zijn het beste te onderscheiden aan de drie tot vier, meercellige haren op de talrijke bladpapillen, die aan de top al niet met elkaar verbonden zijn.
Renť van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


CSIRO -
CC BY 3.0


Ixitixel -
CC BY-SA 3.0


Issempa -
CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0

Verspreiding

Wereld: In vrijwel alle werelddelen.

Nederland: Zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL